Pop / Rock Dance Jazz Wereld Klassiek Hedendaags Podia Festivals Genreboom

ATLANTIC QUINTET

Overzicht | Biografie | Discografie | Foto's | Audio/Video

Periode

1949 - 1973

Genre

amusementsmuziek, jazz

Atlantic Quintet

Het Atlantic Quintet is vooral in de eerste jaren van zijn bestaan een van de populairste, op moderne leest geschoeide jazzcombo's van Nederland. Daarna vermindert de zichtbaarheid van het kwintet voor de Nederlandse liefhebbers, doordat het zijn werkgebied vrijwel volledig verplaatst naar de Amerikaanse bezettingszone van Duitsland. Maar bij ...
Volledige biografie...

Bezetting

Arie Verhoef   altsaxofoon, klarinet
Wim Jongbloed   piano
Henny Frohwein   contrabas, zang
Frans van Lankeren   gitaar
Tonny Nüsser   drums

Overige muzikanten

Sanny Day   zang

Genoemd in de biografie van

1949   Tonny Nüsser
1955   Atlantic Quintet
1957   Ruud Brink

Biografie Atlantic Quintet

Het Atlantic Quintet is vooral in de eerste jaren van zijn bestaan een van de populairste, op moderne leest geschoeide jazzcombo's van Nederland. Daarna vermindert de zichtbaarheid van het kwintet voor de Nederlandse liefhebbers, doordat het zijn werkgebied vrijwel volledig verplaatst naar de Amerikaanse bezettingszone van Duitsland. Maar bij de Amerikaanse militairen tonen de Atlantics hun professionaliteit, hetgeen blijkt uit hun langdurig verblijf aldaar. De muziek is elk-wat-wils gezien de uiteenlopende smaak van de soldaten. Als aan het begin van de jaren zeventig de succesformule door de opkomst van de popmuziek lijkt te zijn uitgewerkt, besluiten de musici er een punt achter te zetten.

1949

Drummer Tonny Nüsser (1923) koestert het idee een groep op te richten die eigentijdse jazz speelt. Hij vindt in het orkest van bassist Jochem de Molenaar enkele gelijkgestemden zoals tenorsaxofonist Dolf Petke, gitarist Frans van Lankeren (1924) en pianist Wim Jongbloed (1929-1982). Met hen en zijn vriend van het allereerste Dutch Swing College, Henny Frohwein (1924), formeert hij het Atlantic Quintet. Nüsser kiest die naam omdat de Atlantische eenheid al in een vroeg stadium bij hem meer is dan louter een geografische aanduiding. Met een repertoire van standards en evergreens werken ze onder leiding van Henny Frohwein van juni tot december 1949 een engagement af in de Amsterdamse Sheherazade. Dolf Petke voldoet niet geheel en wordt al snel vervangen door klarinettist-altsaxofonist Arie Verhoef (1924-2004). Ze zijn ook te beluisteren in het Minerva Paviljoen te Amsterdam waar dj Pete Felleman zondagmiddagse swing en sweet shows organiseert.

1950

Begin 1950 krijgen ze een lucratieve aanbieding om vanaf maart enkele maanden in het Officers Post Hotel te Garmisch-Partenkirchen in de Amerikaanse bezettingszone te werken. De bedoeling is 's avonds de officieren te voorzien van een paar uurtjes swingend amusement. Later dat jaar is het kwintet weer in Nederland te vinden in onder andere Caveau Tzigane (Scheveningen), Hollywood (Amsterdam), dancing Van Schaick (Hilversum) en Tabaris (Den Haag). Een goedverzorgde presentatie is niet onbelangrijk voor wie een professionele carriëre beoogt. De musici zien er dan ook uit als om door een ringetje te halen: fraaie lichtblauwe kostuums met witte schoenen. Hun populariteit groeit gestaag, onder meer door radiouitzendingen voor de AVRO en enkele grammofoonplaten op het Decca-label. Overwegend goede recensies in de pers voeden het besef op de goede weg te zijn. Ze gaan, aldus het blad Rhythme, een grote toekomst tegemoet.

1951

Gedurende deze jaren bouwt het kwintet bij de Amerikaanse militairen aan een reputatie van betrouwbaarheid. Van alle muzikale markten thuis weten ze hun cliëntèle uitstekend te vermaken. Het ontbreekt hun alleen nog aan een zangeres. Guus van Manen (1927-2001), die sinds eind 1950 de wegens militaire dienst uitgetreden pianist Wim Jongbloed vervangt, draagt de oplossing aan. Zijn vrouw, zangeres Ria Joy (1924-2001), lijkt geknipt om in de leemte te voorzien. Maar de vreugde is van korte duur. Doordat Van Manens drankgewoonten niet sporen met de ambities van het kwintet, moet hij halverwege het jaar de band verlaten. Ria Joy volgt kort daarop. De nieuwe pianist wordt de Groninger Roelof Stalknecht (1926-1995), een kundig, harmonisch geavanceerd musicus. Het kwintet speelt behalve in Garmisch ook in militaire clubs in Heidelberg en Wiesbaden. Voor de AFN verzorgen ze gemiddeld eenmaal per week een korte radiouitzending. In de zomermaanden van 1951 ontmoeten ze de Amerikaanse bandleider Les Brown en vocalist Vic Damone, welke laatste door het orkest wordt begeleid. Damone, die als dienstplichtig soldaat in Duitsland is, toont zich lovend over het orkest. Tonny Nüsser krijgt zelfs een uitnodiging om als drummer met hem mee te gaan naar Amerika, maar slaat dit aanbod om diverse redenen af. Evenals Guus van Manen blijft ook Roelof Stalknecht maar kort.

1952 - 1954

Halverwege 1952 blijkt de onderlinge cohesie uitgewerkt. Frans van Lankerens broer Rob (1932-1971), volgt hem op, een waagstuk volgens Nüsser door diens gebrekkige techniek. Niettemin pakt deze wissel boven verwachting uit: Rob van Lankeren blijkt gezegend met een grote muzikaliteit en speelt daarenboven ook nog accordeon en ventieltrombone. Merkwaardig genoeg stelt oprichter Tonny Nüsser zelf in de loop van 1952 zijn plaats beschikbaar. Onvrede met de mogelijkheden tot ontplooiing geven daarbij de doorslag. De officers' clubs nopen het kwintet tot een wat ingehouden, George Shearing-achtige stijl tengevolge waarvan Nüsser naar zijn smaak te veel met brushes in de weer is. George Martens (1934-1962) blijkt een goede vervanger die tot 1956 de drumkruk zal bezetten. Bij gebrek aan een vaste zangeres maken de Atlantics in de periode 1952 tot eind 1954 gebruik van verschillende freelancers zoals de Engelse Doris Steele en de Zweedse Mary Emfrids.

1955 - 1960

Sinds september 1954 heeft het kwintet weer een vaste vocaliste, Sanny Day (1922-2008). Zij is overgekomen van de Millers nadat ze volgens eigen zeggen verliefd was geworden op gitarist Frans van Lankeren. Sanny Day bezit podiumflair en een natuurlijke, quasi-nonchalante manier van zingen. Het commerciële aspect lijkt steeds meer te gaan domineren in de officers' clubs. Het gebrek aan vrouwelijke danspartners dwingt de band tot floorshows. Acts met hoeden, snorren en pistolen alsook acts in duo-, trio- en kwartetbezetting moeten de aandacht vasthouden, schrijft Wouter van Gool in juni 1955 in Rhythme. Frohwein verwoordt het zo: 'Tophits bijhouden en spelen wat de mensen willen. Niet wat wij zo graag zouden doen. Commercieel zijn is hier je waarborg voor langdurige contracten.' Dat betekent niet dat er geen ruimte is voor jazz. Harm Mobach bewaart mooie herinneringen aan een bezoek dat hij en Skip Voogd in 1956 brengen aan de Atlantics. De muziek klinkt hun vrijer en geïnspireerder in de oren dan op de drie minuten durende Decca-plaatjes. Naast het reguliere werk is het Atlantic Quintet ook veel te horen via de AFN-zenders: Neurenberg, Frankfurt, Kaiserslautern en München. Eind jaren vijftig is er bijna geen hotelclub in Garmisch Partenkirchen of de Atlantics hebben er wel gespeeld. Dat wil niet zeggen dat er geen gelegenheid is om af en toe in Nederland op te treden. Zo zijn ze in 1956 te zien in het AVRO-tv-programma Weekend Show, en in 1957 komen ze naar het Rotterdamse Flevo. Drummer George Martens houdt het in 1956 voor gezien; zijn plek wordt ingenomen door Piet Geurdes (1924). En in 1958 vertrekt bassist-leider Henny Frohwein omdat hij zijn pas geboren kind in Nederland wil opvoeden. De leiding komt nu in handen van Rob van Lankeren. Als interim-bassist fungeert de Hagenaar Richard Daniëls, waarna Jan Fens (1929-1979) diens plaats inneemt.

Atlantic Quintet

1961 - 1973

In september 1961 viert het kwintet zijn koperen jubileum in de residentie van De Millers, De Wieck, in Rotterdam. Bij deze gelegenheid wordt Tonny Nüsser in het zonnetje gezet als de oprichter van het kwintet. Hans Beths (1939) zit dan achter het slagwerk, omdat Geurdes is gaan werken in een ijssalon van zijn schoonvader in Bad Godesberg. Volgens Beths bepalen ze zich in de jaren dat hij bij de Atlantics zit hoofdzakelijk tot swingende jazz, omdat de Amerikanen dat willen horen. Tenorist Ruud Brink speelt in de begin jaren zestig een poosje als gast mee. Vanaf halverwege de jaren zestig wordt het moeilijker voor de Atlantics om het jongere publiek met hun muziek te plezieren. Anders dan in de officers' clubs in de jaren vijftig ziet de band zich geconfronteerd met gewone jonge soldaten die weinig boodschap hebben aan jazz en swing, maar geheel conform de tijd vragen om rock en soul. Omstreeks 1973 geven de musici er de brui aan, hoewel ze af en toe nog wel een schnabbeltje doen. Maar Sanny Day en Frans van Lankeren zijn niet van de muziek alleen afhankelijk. Dankzij hun jarenlange residentie in het Beierse wintersportcentrum hebben ze het heimelijk tot ski-leraar geschopt. Heimelijk, want vanwege de risico's voor avond aan avond optredende entertainers was skiën hun uitdrukkelijk verboden. Zo delft het eertijds vermaarde Atlantic Quintet in de clash tussen jazzy entertainment en de popmuziek van de jaren zestig en zeventig het onderspit. Maar ze waren de enigen niet.

Discografie Atlantic Quintet

In de discografie worden officiële opnamen die zijn uitgebracht van de betreffende persoon, band of ensemble per soort geluidsdrager chronologisch opgesomd. Meerdere uitgaven binnen hetzelfde jaar staan alfabetisch gerangschikt. Bij Gastbijdragen worden alleen bijdragen gelinkt aan platen van acts die een volledige vermelding hebben in de Muziekencyclopedie. Dit overzicht is bedoeld als index en biedt daarom geen volledige opsomming. Als muzikanten ook deel uitmaken van de bezetting van een band die in de encyclopedie staat, zijn de discografische gegevens terug te vinden bij de desbetreffende band.

Audio/Video Atlantic Quintet

Er is nog geen audio- of videomateriaal aanwezig.
Zelf audio of video toevoegen

Zelf audio of video toevoegen

Muziekencyclopedie.nl op Facebook Muziekencyclopedie.nl op Twitter

reageer