Pop / Rock Dance Jazz Wereld Klassiek Hedendaags Podia Festivals Genreboom

JULES MOES

Overzicht | Biografie | Discografie | Foto's | Audio/Video

bron: website Geheugen van Nederland

Periode

06-11-1879 - 30-12-1961

Genre

klassiek, opera, operette, tenor

Pseudoniemen

Julius Peters

Jules Moes

Jules Moes is een Nederlandse operazanger die in zijn jonge jaren verbonden is aan de Duitse opera te Praag. In 1914 keert hij echter vanwege de Eerste Wereldoorlog terug naar Nederland waar hij bij diverse operagezelschappen talrijke rollen vervult als heldentenor en lyrisch tenor. Later is Moes ook verbonden aan ...
Volledige biografie...

Instrumenten

tenor

Biografie Jules Moes

Jules Moes is een Nederlandse operazanger die in zijn jonge jaren verbonden is aan de Duitse opera te Praag. In 1914 keert hij echter vanwege de Eerste Wereldoorlog terug naar Nederland waar hij bij diverse operagezelschappen talrijke rollen vervult als heldentenor en lyrisch tenor. Later is Moes ook verbonden aan de zogenaamde Co-Opera-Tie, een van de vele ongesubsidieerde gezelschappen die trachten het operaleven in Nederland land op gang te houden. Daarnaast is Moes werkzaam als zangpedagoog.

1879 - 1898

Jules Guillaume Moes wordt op 6 november 1879 geboren in Maastricht. Als jongeman zingt hij bij de Mastreechter Staar. De voorzitter van het mannenkoor, de heer Jan van Poppel, ontdekt het talent van Jules Moes en brengt hem er toe zang te gaan studeren.

Mastreechter Staar

1899 - 1906

Jules Moes wordt in 1899 aangenomen aan het Amsterdams Conservatorium en studeert zang bij de mezzosopraan Cornélie van Zanten, piano bij De Pauw en Hutschenruyter en compositie bij Bernard Zweers. Op 4 september 1902 maakt Jules Moes zijn debuut bij het Amsterdamsch Lyrisch Tooneel, waar de componist Peter van Anrooy als dirigent zijn loopbaan begint. Hij vertolkt de rol van Nankie Poe in de operette 'The Mikado' van Arthur Sullivan, op een libretto van William Schwenk Gilbert. Hij maakt het seizoen vol bij het Amsterdamsch Lyrisch Tooneel en zingt er voornamelijk operettes. In 1903 stapt Moes over naar het Vlaams Lyrisch Toneel van Gent om zich daarna voor vijf jaar met de Koninklijke Vlaamse Opera van Antwerpen te verbinden.

Bernard Zweers Peter van Anrooy

1907

Bij de Nederlandsche Opera van het Rembrandttheater vervult Moes dit jaar meerdere rollen zoals de rol van Wilhelm Meister in 'Mignon' van Ambroise Thomas (naast Cato Engelen-Sewing als Philine), de titelrol in 'Faust' van Charles Gounod, de rollen van Raoul in 'Les Huguenots' van Giacomo Meyerbeer, Walther in 'Tannhäuser' van Richard Wagner en Manrico in 'Il trovatore' van Giuseppe Verdi en de titelrol in 'Guillaume Tell' van Gioacchino Rossini.

1908 - 1909

Bij de nieuw opgerichte Noord-Nederlandsche Opera van de componist Jan van Gilse is Moes dit seizoen te horen in onder andere de partij van Don José in 'Carmen' van Georges Bizet.

Jan van Gilse

1910

Jules Moes heeft meerdere optredens dit jaar in het Rembrandttheater van Amsterdam bij de N.V. Nederlandsche Opera en Operette van de tenor Désiré Pauwels. Zo vertolkt hij onder andere de rollen van Turiddu in 'Cavalleria Rusticana' van Pietro Mascagni en Tamino in 'Die Zauberflöte' van Wolfgang Amadeus Mozart.

1911

Bij de N.V. Nederlandsche Opera en Operette krijgt Moes meerdere rollen te vervullen zoals Cavaradossi in 'Tosca' van Giacomo Puccini, Marcel Dufresne in 'Zaza' van Ruggiero Leoncavallo, Corentin in 'Dinorah' van Giacomo Meyerbeer en Leopold in 'La Juive' van Fromental Halévy.

1912 - 1913

Nog steeds is Moes werkzaam bij de N.V. Nederlandsche Opera en Operette en vertolkt er in 1912 de titelrol in 'Tannhäuser' van Richard Wagner. Moes vervolgt zijn carrière bij de Duitse Opera van Praag en treedt van daaruit op in verschillende Duitse operahuizen, niet onder zijn eigen naam maar onder de naam Julius Peters. Ook maakt hij tournees naar Berlijn, Dresden, Breslau, Wenen en Bodenbach waar hij vaak samen zingt met de Tsjechische tenor Leo Slezak.

1914 - 1915

Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog keert Moes terug naar Nederland.

1916 - 1917

Tijdens het seizoen 1916-1917 zingt Moes zijn grote rollen bij het recent opgerichte De Nederlandsche Opera van Gerhardus H. Koopman. Hieronder ook Pinkerton in 'Madama Butterfly' van Giacomo Puccini en de titelrol in 'Lohengrin' van Richard Wagner. Ook in 1917 is Moes in het Solisten Ensemble van De Nederlandsche Opera te horen in de rol van Eisenstein in 'Die Fledermaus' van Johann Strauss (Jr.) en treedt hij op als Radames in 'Aida' van Giuseppe Verdi bij het Opera Ensemble van Désiré Pauwels.

1918

Bij De Nederlandsche Opera zingt Moes onder andere in de Nederlandse première van 'Die Schneider von Schönau' ('De kleermakers van Schoonoord') van Jan Brandts Buijs en in de rol van Canio in 'Pagliacci' van Ruggiero Leoncavallo. Ook vervult hij dit seizoen bij De Nederlandsche Opera de rollen van Rodolfo in 'La Bohème' van Giacomo Puccini en Pedro in 'Tiefland' van Eugen d'Albert. Op 11 november zingt Moes de rol van Mylio in 'Le roi d'Ys' van Edouard Lalo in de Groote Schouwburg te Rotterdam. Deze productie is in het kader van de Koning Albert-feesten ten bate van de Belgische oorlogsslachtoffers.

Jan Brandts Buys

1919

Drie belangrijke roldebuten dit jaar voor Jules Moes: op 14 januari bij De Nederlandsche Opera in de titelrol van 'Otello' van Giuseppe Verdi, op 30 september bij de nieuw opgerichte N.V. Nationale Opera als Tristan in 'Tristan und Isolde' van Richard Wagner en op 30 oktober bij de N.V. Nationale Opera als Florestan in 'Fidelio' van Ludwig van Beethoven.

1920

Op 27 maart zingt Moes bij de N.V. Nationale Opera zijn eerste Siegmund in 'Die Walküre' van Richard Wagner. Ook maakt Jules Moes een start met de ruim twintig grammofoonplaatopnamen voor labels als Grammophone, Homochord, Pathé, Polydor, Polyphon en Vox.

1921 - 1923

Op 1 mei 1921 zingt Moes de rol van Loge in 'Das Rheingold' van Richard Wagner bij de N.V. Nationale Opera in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen te Den Haag. Deze productie is in het kader van de Rotterdamse Mei-feesten. Op 17 september 1921 opent Moes het nieuwe seizoen van de N.V. Nationale Opera als Don José in 'Carmen' van Georges Bizet. Medesolisten zijn de bariton Richard van Helvoirt Pel als Escamillo en de sopraan Greta Santhagens-Manders als Carmen. Andere rollen voor Moes dit seizoen zijn die van Stolzing in 'Die Meistersinger von Nürnberg' van Richard Wagner en Alfredo in 'La traviata' van Giuseppe Verdi.

1924

Op 1 maart treedt Moes op bij de nieuw opgerichte NV De Opera van Désiré Pauwels en operazanger Chris de Vos in de rol van Arturo in 'Lucia di Lammermoor' van Gaetano Donizetti.

1925

Moes maakt een terugkeer naar het Vlaams Lyrisch Toneel van Gent. Daarnaast maakt hij op 5 februari zijn roldebuut als Erik in 'Der fliegende Holländer' van Richard Wagner, bij het nieuw opgerichte gezelschap Co-Opera-Tie. Met dit gezelschap maakt Moes diverse reizen, zoals naar Nice, Parijs en Luik en zingt daar de rol van Tristan in 'Tristan und Isolde' van Richard Wagner. In mei neemt Jules Moes deel aan de eerste Nederlandse radio-opvoering van een operette: 'Ein Walzertraum' van Oscar Straus. Met veel tam tam organiseert het weekblad 'Het Leven' op 23 mei deze uitvoering, onder leiding van Chris de Vos. Bij de Co-Opera-Tie opent Moes het seizoen 1925-1926 als Valentijn in de wereldpremière van de opera 'Beatrijs' van Willem Landré.

Willem Landré

1926

In het seizoen 1926-1927 zingt Moes bij het gezelschap Co-Opera-Tie onder andere de rol van Nicias in 'Thaïs' van Jules Massenet.

1927

Moes komt als muzikaal leider in dienst bij de K.R.O. waar hij vijfenhalf jaar werkzaam zal zijn. Op 21 december wordt Moes ter gelegenheid van zijn 25-jarig jubileum in de Koninklijke Schouwburg van Den Haag gehuldigd. In de 'Lohengrin' van Richard Wagner zingt hij dit jaar de titelrol.

1928 - 1941

Als Don José in 'Carmen' van Georges Bizet geeft Jules Moes in 1928 zijn laatste optreden bij de Co-Opera-Tie. Na 1933 is het zingen grotendeels gedaan en legt Moes zich hoofdzakelijk op pedagogisch werk toe, onder andere hoofdleraar aan het Rotterdams Conservatorium. Zijn carrière duurt echter voort: in het seizoen 1940-1941 treedt hij nog op, samen met het Nederlandsch Opera Ensemble van Chris van Dam, en zingt de rol van Manrico in 'Il Trovatore' van Giuseppe Verdi.

1942 - 1963

Jules Moes overlijdt op 30 december 1961 in Amsterdam. Op 3 januari 1963 wordt in de Amsterdamse Boomkerk ter ere van hem een mis opgevoerd, waarna hij op de begraafplaats Sint Barbara van Amsterdam ter aarde wordt besteld.

Discografie Jules Moes

In de discografie worden officiële opnamen die zijn uitgebracht van de betreffende persoon, band of ensemble per soort geluidsdrager chronologisch opgesomd. Meerdere uitgaven binnen hetzelfde jaar staan alfabetisch gerangschikt. Bij Gastbijdragen worden alleen bijdragen gelinkt aan platen van acts die een volledige vermelding hebben in de Muziekencyclopedie. Dit overzicht is bedoeld als index en biedt daarom geen volledige opsomming. Als muzikanten ook deel uitmaken van de bezetting van een band die in de encyclopedie staat, zijn de discografische gegevens terug te vinden bij de desbetreffende band.

Foto's Jules Moes

Audio/Video Jules Moes

Video Jules Moes

Cavaleria Rusticana in Th...
Cavaleria Rusticana in The Netherlands: Greta Santhagens & Jules Moes, Vox 1922.
Heeft u ongewenste inhoud gesignaleerd? Maak hier melding van.
Cavaleria Rusticana in The Netherlands: Greta Santhagens & Jules Moes, Vox 1922.

Alle video's

Zelf audio of video toevoegen

Muziekencyclopedie.nl op Facebook Muziekencyclopedie.nl op Twitter

reageer