Pop / Rock Dance Hiphop Jazz Wereld Klassiek Hedendaags Podia Festivals Genreboom

RED DEBROY

Overzicht | Biografie | Discografie | Foto's | Audio/Video

Periode

10-02-1916 - 26-05-1969

Red Debroy

Red Debroy (pseudoniem van Ben Bakema, Hilversum, 10 februari 1916 – 26 mei 1969) is een van de saillantste persoonlijkheden uit de Nederlandse jazzhistorie. Als puber doet hij al van zich spreken, niet alleen als altsaxofonist maar ook als jazzscribent. Op vijftienjarige leeftijd sticht hij het tijdschrift De Jazzwereld, dat ...
Volledige biografie...

Biografie Red Debroy

Red Debroy (pseudoniem van Ben Bakema, Hilversum, 10 februari 1916 – 26 mei 1969) is een van de saillantste persoonlijkheden uit de Nederlandse jazzhistorie. Als puber doet hij al van zich spreken, niet alleen als altsaxofonist maar ook als jazzscribent. Op vijftienjarige leeftijd sticht hij het tijdschrift De Jazzwereld, dat in de loop van de jaren dertig uitgroeit tot hét contactorgaan van jazz- en dansmuziekminnend Nederland. Als muzikant maakt Red Debroy deel uit van talrijke orkesten, hij is veelvuldig op jamsessies te vinden en leidt daarnaast eigen bands. Vanaf begin jaren dertig verblijft hij geregeld in Engeland en ook enige tijd in de VS. Na de Tweede Wereldoorlog lijken zijn muzikale activiteiten langzamerhand te verminderen, tot hij in 1952 stopt als muzikant. Hij houdt zich daarna bezig met het dichten en vertalen van songteksten en het schrijven van boeken. In 1969 overlijdt hij plotseling, grotendeels vergeten.

1931 - 1933

Volgens de overlevering is Ben Bakema, alias Red Debroy, goeddeels een selfmade musicus. Zijn vroegste muzikale ontwikkelingen zijn in nevelen gehuld. Omstreeks 1931-'32 zijn de eerste tekenen van Debroy's jazzactiviteit te bespeuren in de Kennemer Lyceum Band met de anno nu curieus klinkende naam The Gay Guys. Dit orkest met musici als trompettist Cor van Lier en drummer Ed Crommelin is populair in het schoolfeestencircuit. Zomer 1932 speelt Debroy met onder anderen trompettist Louis de Vries, klarinettist Harry Pohl en pianist Nico de Rooy in de Haagse Dierentuin. In de winter van 1932 verblijft hij een poos in Engeland waar hij met diverse musici vriendschappen aanknoopt. Kennelijk bevalt het hem zo goed dat hij de daaropvolgende jaren deze trips herhaalt. Hierdoor krijgt hij de gelegenheid ervaring op te doen bij prominente bands zoals die van Ray Noble, Nat Gonella, Roy Fox en Bert Ambrose. Van plaatopnamen waaraan hij volgens eigen zeggen meewerkt, is tot op heden echter niets gebleken. Debroy is niet alleen actief als musicus, maar ook als propagandist van de jazz. In augustus 1931 geeft hij de stoot tot de oprichting van De Jazzwereld. Dit tijdschrift evolueert in korte tijd van een losbladig getypt en gestencild krantje voor Haagse jazzliefhebbers tot een volwaardig gedrukt maandblad met een grote verscheidenheid aan artikelen. Aanvankelijk stelt Debroy het tijdschrift vrijwel alleen samen; onder verschillende pseudoniemen levert hij het leeuwendeel van de kopij. Als zich langzamerhand andere auteurs aandienen en als Moorman's Periodieke Pers vanaf 1933 De Jazzwereld gaat uitgeven, stopt Debroy in april van dat jaar met zijn redacteurschap. Hoewel zijn prioriteit bij de actieve muziekbeoefening lijkt te liggen, wil dat niet zeggen dat hij is uitgeschreven. Eind 1933 publiceert Debroy een curieus boekwerkje met de titel Thoughts Of A Saxophonist en in 1935 aanvaardt hij gedurende enkele maanden de functie van redacteur van De Schijvenschouw, een blad voor grammofoonplatenliefhebbers.

Cor van Lier Harry Pohl Louis de Vries

1933 - 1940

In augustus 1933 gasteert Debroy als altist bij het orkest van trompettist Louis de Vries. Vervolgens speelt hij van circa 1935 tot '39 mee in Dolf Dienskes Lumirex Mike Serenaders, een orkest dat in Den Haag en omstreken grote bekendheid geniet. Als op het jazzconcours in het Palais des Beaux Arts te Brussel in 1935 geen Nederlands orkest blijkt deel te nemen, organiseert Dienske op de valreep een all star-bezetting. Deze groep met onder anderen Debroy, trompettist Theo van Rees, pianist-klarinettist André Ceurvorst en bassist King Pfeiffer wint in de afdeling kleine bands het kampioenschap. In Victoria aan het Gevers Deijnootplein in Scheveningen komt Debroy later dat jaar de band van Mike Hidalgo versterken. Als op zeker ogenblik Coleman Hawkins als gast meespeelt, noemt de jazzautoriteit Constantin Poustochkine dit orkest de beste begeleiding die de beroemde Amerikaanse tenorsaxofonist in Nederland ooit kreeg. Misschien is deze toevallige samenwerking in 1935 de aanleiding tot een hernieuwd gezamenlijk optreden in Scheveningen en Hamdorff, Laren (NH). Deze formatie is echter geen lang leven beschoren. Wel wordt de toenmalige eigen band van de altist, Debroy's Swingers, uitverkoren om Hawkins een groot gedeelte van diens tournee door Nederland te begeleiden. Zelfs schnabbelt Debroy daarna nog een keer met Hawkins in Londen. Volgens het blad Contact van februari 1937 is Hawkins lovend over hem: 'Red Debroy is one of my favorite saxophonists. He has very good technique and style and marvellous swing.' In 1mei 936 nemen Red Debroy's Swingers een tweetal nummers op voor Decca. Het zijn de enige opnamen van Debroy onder eigen naam. In 1937 maakt Debroy een trip naar de VS, waar hij gelegenheid krijgt te spelen met de bands van onder anderen Artie Shaw, Benny Goodman en Tommy Dorsey. Onder supervisie van de Engelse bandleider Ray Noble blaast Debroy zijn partijtje ook mee in enkele kleinere formaties. In de periode 1938-'40 is hij met het vijfkopppige Kings of Swing actief. Het lijkt hem voor de wind te gaan. Naast het vele werk in Nederland toert Debroy in de periode 1938-'40 ook geregeld in het buitenland.

1940 - 1945

Tijdens de oorlogsjaren zet Debroy de tering naar de nering: hij speelt waar hij kan en mag. Ongeremd swingen is en plein public niet toegestaan, maar hij dient toch te zorgen voor brood op de plank. Zo werkt hij in 1941 samen met pianist Jaap Streefkerk, drummer Cor Noordberger en zijn echtgenote Jopie van Delft in Max Woiski's La Cubana te Amsterdam. Woiski, die het als uitbater niet langer is toegestaan Surinaamse musici te engageren en die zelf ook niet mag spelen, kiest voor genoemd trio. Ook geeft Debroy's altsax in de oorlog kleur aan het orkest van accordeonist-pianist John de Mol, de vader van de gelijknamige bassist-vocalist en de opa van mediatycoon John de Mol. In 1943 formeert De Mol voor een schnabbel in Carlton (Eindhoven) een combo met Red Debroy (altsax), Charlie Nederpelt (piano), Piet Kakebeeke (bas), Wout Steenhuis (sologitaar), Leo Linscheer (ritmegitaar) en Jack van Nunen (drums). Charlie Nederpelt neemt de leiding van het orkest over en tekent een contract in een Bredaas etablissement, waar de band tot Dolle Dinsdag blijft. Nadien gaat ieder zijns weegs. Vanaf mei 1944 heeft Debroy zich ook enige tijd verbonden aan de band van bassist-hawaïangitarist Louis van der Steen met onder anderen trompettist Ado Broodboom, pianist-tenorist Eddy Sanchez en Broodbooms aanstaande vrouw, zangeres Melly Sudy. En aan het eind van de oorlog treffen we Debroy weer aan bij John de Mols Solisten in Eindhoven.

Ado Broodboom Charlie Nederpelt Eddy Sanchez Max Woiski Sr.

1945 - 1952

Na de Bevrijding breken voor de swingmusici voorspoedige tijden aan. De Canadese militairen hebben grote behoefte aan passend muzikaal amusement, waaraan Debroy en de zijnen maar al te graag willen voldoen. Bassist Pim Kruyt formeert in Haarlem een orkest met de naam The Windy City Six, omdat het in de Chicago-stijl musiceert. De muzikanten verdienen een dikke honderd gulden per week en kunnen daarnaast over zoveel voedsel en drank beschikken dat het thuisfront er ook wel bij vaart. Vooral met de drank wordt driftig handel gedreven. Debroy's faam is volgens Pim Kruyt, bij wiens broer Theek Kruyt (alias Ted Powder) de altist al eerder werkte, tweeledig. Enerzijds speelt hij fantastisch als een soort Benny Carter, maar anderzijds brengt zijn reputatie als geducht drinker het orkest dikwijls in de problemen. Per 1 mei 1946 heet de band Red Debroy and his Orchestra. Er komen uitzendingen voor de Canadian Forces Radio Service, Herrijzend Nederland, de Regionale Omroep Noord en de VARA. In 1952 besluit hij te stoppen met optreden. Voortaan zal hij zich bezighouden met het schrijven van boeken en songteksten.

1952 - 1969

Debroy krijgt een baan bij uitgever Strengholt/Les Editions Basart. Hier begint hij als tekstschrijver van Nederlandse liedjes. Daarnaast vertaalt hij onder meer Engelse songteksten in het Nederlands en Nederlandse in het Engels. Daarnaast schrijft Debroy boeken en toneelstukken. In 1969 overlijdt hij plotseling, 53 jaar oud. Het enige dat afgezien van zijn geschriften en enkele plaatopnamen aan hem herinnert, is de Red Debroystraat in Zevenkamp, Rotterdam.

Discografie Red Debroy

In de discografie worden officiële opnamen die zijn uitgebracht van de betreffende persoon, band of ensemble per soort geluidsdrager chronologisch opgesomd. Meerdere uitgaven binnen hetzelfde jaar staan alfabetisch gerangschikt. Bij Gastbijdragen worden alleen bijdragen gelinkt aan platen van acts die een volledige vermelding hebben in de Muziekencyclopedie. Dit overzicht is bedoeld als index en biedt daarom geen volledige opsomming. Als muzikanten ook deel uitmaken van de bezetting van een band die in de encyclopedie staat, zijn de discografische gegevens terug te vinden bij de desbetreffende band.

Audio/Video Red Debroy

Er is nog geen audio- of videomateriaal aanwezig.
Zelf audio of video toevoegen

Zelf audio of video toevoegen

Muziekencyclopedie.nl op Facebook Muziekencyclopedie.nl op Twitter

reageer