Pop / Rock Dance Jazz Wereld Klassiek Hedendaags Podia Festivals Genreboom

ROB PRONK (1)

Overzicht | Biografie | Discografie | Foto's | Audio/Video

Periode

03-01-1928 - 06-07-2012

Genre

amusementsmuziek, arrangeur, componist, dirigent, jazz, piano, trompet

Rob Pronk (1)

Rob Pronk (Malang, 3 januari 1928 - München, 6 juli 2012) is misschien wel de belangrijkste grondlegger van de moderne jazz in Nederland. Zijn Boptet van 1950-'51, met de broers Gerard en Ack van Rooyen op trompet en hijzelf op piano, vervult een pioniersrol. In de jaren 1955-'56 is hij ...
Volledige biografie...

Instrumenten

arrangeur, componist, dirigent, piano, trompet

Genoemd in de biografie van

1942   Eddie de Haas
1946   Ack van Rooyen
1950   Ruud Brink
Meer resultaten... Minder resultaten

Biografie Rob Pronk (1)

Rob Pronk (Malang, 3 januari 1928 - München, 6 juli 2012) is misschien wel de belangrijkste grondlegger van de moderne jazz in Nederland. Zijn Boptet van 1950-'51, met de broers Gerard en Ack van Rooyen op trompet en hijzelf op piano, vervult een pioniersrol. In de jaren 1955-'56 is hij als pianist, arrangeur en trompettist betrokken bij de baanbrekende platenprojecten Jazz From Holland en Jazz Behind The Dikes. Vanaf 1958 kiest Rob Pronk hoofdzakelijk voor een carrière buiten Nederland, als arrangeur en trompettist bij de radio-big band van Kurt Edelhagen in Keulen, en later als internationaal succesvol arrangeur vanuit zijn woonplaats Grünewald bij München. Hoewel hij daardoor minder zichtbaar wordt op de Nederlandse jazz-scene, blijft hij in ons land actief, onder meer als gastdirigent en arrangeur voor het Metropole Orkest. Ook staat Rob Pronk mede aan de wieg van het professionele jazzonderricht in Nederland, als docent aan het Rotterdams conservatorium.

1928 - 1952

Op 3 januari 1928 geboren in Malang (Oost-Java), komt Rob Pronk in 1947 naar Nederland. Hij gaat in Rotterdam economie studeren, later nog even rechten in Leiden, maar de muziek trekt hem sterker en in januari 1951 begint hij een studie trompet aan het Haags conservatorium. In de zomer van 1949 heeft hij al een reis naar New York gemaakt, als lid van het orkest op het studentenschip Volendam. Ook Ack en Gerard van Rooyen en bassist Hans Tan spelen in die band. In New York horen zij onder anderen Fats Navarro, J.J. Johnson, Stan Getz en Erroll Garner live, wat grote indruk op hen maakt. Rob Pronk en de gebroeders Van Rooyen hebben elkaar al begin 1947 in Bandung leren kennen, als de beide trompettisten met het orkest De Witte Raven van Tom van der Stap op tournee zijn voor de Nederlandse militairen in Indonesië. In Den Haag wordt hun contact nog intensiever. 'Jerry leerde mij de beginselen van het arrangeren en daarvoor ben ik hem enorme dank verschuldigd', zal Rob Pronk een halve eeuw later verklaren. Het viertal van de Volendam wordt de kern van het Rob Pronk Boptet, met verder André Blok op tenorsax, wisselende drummers onder wie Han de Jonge, en als zangeres Rob Pronks jongere zuster Babes. Het Boptet krijgt uiterst lovende kritieken. Anton Kop jr. in Rhythme van augustus 1950: 'De uitstekende arrangementen werden feilloos voorgedragen. Het hoogtepunt was voor velen het optreden van de vocaliste Babes Pronk, die inderdaad groots werk deed.' Dezelfde recensent een maand later: 'Rob Pronk's Boptette was groots. Het is haast ongelooflijk, dat Nederlandse amateurs kans zien, zo'n perfecte bop te produceren. Internationaal zou dit ensemble zeker geen slecht figuur slaan.' Toch valt het niet mee om voldoende jazzwerk voor het Boptet te vinden, en daarom gaat in mei 1951 zo ongeveer de hele bezetting op in de big band die Ernst van 't Hoff wil formeren voor een lange Europese tournee. Het debuut op 13 mei in Parkzicht te Rotterdam wordt geen groot succes, ondanks de trompetsectie met Rob Pronk en de broers Van Rooyen, en de saxofoonsectie met Toon van Vliet en Kees Noordijk. 'Het orkest was over het algemeen slecht ingespeeld en het "rammelde" op diverse plaatsen', bericht Anton Kop in Rhythme van juni 1951. De directie van Parkzicht vindt hierin aanleiding om het engagement vroegtijdig te beëindigen, hetgeen Anton Kop 'in zekere zin [...] beslist niet onredelijk' noemt. Rob Pronk doet vervolgens najaar 1951 een poging om zijn Boptet weer op te richten, nu met Rob Madna op piano en hijzelf op trompet. Ack en Jerry van Rooyen zijn inmiddels lid geworden van de internationale big band van de Deense entertainer Boyd Bachman. Het nieuwe Boptet is geen lang leven beschoren, en begin 1952 wordt Rob Pronk de pianist in het verder geheel Amerikaanse kwintet van drummer Wally Bishop, met Sandy Mosse op tenorsax. Op 22 maart van dat jaar kan hij een belangrijk wapenfeit bijschrijven: tijdens concerten in het Kurhaus en het Amsterdamse Concertgebouw begeleidt hij Dizzy Gillespie, samen met Sandy Mosse, Wally Bishop en Edgar O'Hare (Eddie de Haas) op bas. Hans de Wild rapporteert in Rhythme (april 1952): 'Dizzy verklaarde, dat hij zeer tevreden was over de Hollandse begeleiders Rob Pronk en Edgar O'Hare, hetgeen ons eigenlijk niet verwondert, want ze behoren tot de topklasse.' In 1986 zal Rob Pronk er nog steeds met een gevoel van lichte triomf op terugkijken. 'Twee "Indische jongens" als eerste Nederlanders om een Amerikaan te begeleiden', stelt hij in een radiogesprek met Lex Lammen vergenoegd vast.

Ack van Rooyen Eddie de Haas Ernst van 't Hoff Gerry van Rooyen

1953 - 1954

Op 6 juni 1953 vinden we Rob Pronk samen met Ack en Jerry van Rooyen terug in de trompetsectie van de Boyd Bachman-band, die dan in Kopenhagen vier 78-toerenkantjes opneemt voor het Zweedse platenlabel Metronome. Twee van de vier stukken, Louise en de Al Cohn-compositie Groovin', zijn gearrangeerd door Rob Pronk; de beide andere door Jerry van Rooyen. Ruim twee maanden later, op 23 en 25 augustus 1953, boekt Rob Pronk weer een opmerkelijk succes in Scandinavië. De Stan Kenton-band is op Europese tournee, en in Stockholm maken enkele orkestleden plaatopnamen voor het Karusell-label. Rob Pronk speelt als pianist op vier stukken mee: twee met tenorist Zoot Sims, bassist Don Bagley en drummer Stan Levey; en twee met de trombonisten Frank Rosolino, Bob Burgess en Åke Persson plus dezelfde ritme-tandem.

1955 - 1956

In Nederland duurt het tot januari 1955 voor er onversneden moderne jazz op de plaat wordt gezet, maar dan is het meteen twee keer raak. Bovema begint het project Jazz From Holland, aanvankelijk een reeks 78-toerenplaten. Concurrent Phonogram komt met de LP-serie Jazz Behind The Dikes. Bij beide speelt Rob Pronk een rol. Voor Jazz From Holland neemt hij als pianist twee trio-stukken op, met bassist Dick Bezemer en drummer Wessel Ilcken: Sonny Boy en zijn eigen thema Static Test. Ook levert hij een belangrijke bijdrage aan de twee opnamen van de Dutch All Stars, met de broers Van Rooyen, altist Karel Reys, tenorist Toon van Vliet, baritonsaxofonist Herman Schoonderwalt, Dick Bezemer en Wessel Ilcken. Rob Pronk speelt ook hier piano en heeft een van de arrangementen geschreven, van zijn eigen compositie Rosy. (Voor de tweede titel, Royal Mixed, is Jerry van Rooyen als componist/arrangeur verantwoordelijk.) Bijna een halve eeuw later de opnamen terughorend, oordeelt Rob Pronk zelf: 'Je was eigenlijk nog in de ontwikkelingsfase, de apprentice years, al had ik vier jaar daarvoor al wel mijn Boptet gehad.' Als componist-arrangeur wordt hij in die tijd sterk beïnvloed door Al Cohn en Bill Holman: 'Rosy is echt Al Cohn-achtig.' Bij Jazz Behind The Dikes komt Rob Pronk pas op de derde LP aan bod. In oktober 1956 worden twee stukken opgenomen door alweer een Nederlandse sterrenformatie, de Wessel Ilcken All Stars. Veel vertrouwde namen: de broers Van Rooyen, Toon van Vliet, Herman Schoonderwalt, Rob Madna, maar nu ook altist Piet Noordijk, trombonist Rudy Bosch en bassist Dick van der Capellen. Rob Pronk speelt trompet en draagt een compositie en arrangement bij: The Goofer. (Het andere arrangement, Jeepers Creepers, is weer van Jerry van Rooyen.)

Dick Bezemer Wessel Ilcken

1956 - 1957

Begin december 1956 maakt Michiel de Ruyter, in een uitvoerig artikel voor Het Parool, een eerste balans op van de geschiedenis van de moderne jazz in Nederland. Zijn oordeel luidt: 'De man die naar mijn gevoelen het meest voor de moderne jazz in ons land gedaan heeft is Rob Pronk. Ik weet niet of hij "de eerste" is geweest en dat is ook niet zo belangrijk, maar met zijn "Boptet" van 1950-'51 heeft hij enorm veel goede propaganda gemaakt.' Bovendien, aldus De Ruyter, behoort Rob Pronk 'tot de - laten we eerlijk zijn - weinige top-trompettisten in ons land en is [hij] bovendien naar mijn persoonlijke smaak onze belangrijkste componist-arrangeur'. Michiel de Ruyter signaleert in zijn historische overzicht nog een andere wezenlijke kwestie: het gebrek aan binnenlandse werkgelegenheid voor Nederlandse jazzmusici, ondanks 'de fantastische verkoopcijfers van de Jazz Behind The Dikes-platen'. Saxofonist Tony Vos en de pianisten Frans Elsen en Rob Madna 'spelen voornamelijk voor hun liefhebberij, zijn eigenlijk "amateurs", anderen zitten hier en daar in een dansorkest, en zij die jazz spelen werken in het buitenland'. 'Het enige lichtpunt op het ogenblik', vervolgt De Ruyter, 'is het orkest van dezelfde Rob Pronk die in 1950 pionierswerk verrichtte.' Hij doelt op het Rob Pronk Sextet, dat op 2 juni 1956 is begonnen in de Amsterdamse jazzclub Sheherazade. De bezetting is: Rob Pronk (trompet), de dan 18-jarige Rudi Brink (tenor), Leo Gerritsen (bariton), Rob Madna (piano), Dick van der Capellen (bas), Tonny Nüsser (drums) en Babes Pronk (vocals). De band maakt grote indruk op de jonge literator Cees Nooteboom (1933), die zijn impressies op 1 september 1956 in Het Parool publiceert, met foto's van Joan van der Keuken. 'Ik zal u niet vertellen hoe deze zeven mensen bij elkaar gekomen zijn', schrijft Nooteboom. 'Zij willen moderne jazz brengen, muziek die swingt. Het is heel moeilijk om een aantal totaal verschillende mensen, van zeer uiteenlopende leeftijden en achtergronden in een zelfde "kick" te laten spelen. HIER gebeurt het. Dit orkest is een gespannen, spannende eenheid. Dit orkest maakt echte muziek.' De verslaggever laat ook Rob Pronk aan het woord, die nuchter spreekt over de zakelijke aspecten van de muziek. 'Vaak moet het "dans"-muziek zijn, vaak moeten er concessies gedaan worden... "maar (zegt Pronk) wij compenseren dat door zo jazz mogelijk te zijn". Hij heeft een grote belangstelling voor de commerciële kant van zijn vak, want: "muziek die gemaakt wordt uit commerciële oogmerken hoeft beslist nooit inferieur te zijn".' In Rhythme van juni 1956 heeft Pronk zich in vergelijkbare bewoordingen geuit tegenover Harm Mobach. 'Het is niet de bedoeling alleen moderne jazz te spelen, maar het moet een all-round orkest worden', verklaart Rob Pronk, 'commercieel in de goede zin van het woord.' Het doet Mobach 'veel genoegen te vernemen dat het sextet niet als gelegenheidscombinatie bedoeld is, maar als "blijvend" orkest'. Hij noemt het sextet 'een waardevolle aanwinst voor de Nederlandse lichte muziek'. In werkelijkheid zal het Rob Pronk Sextet nog korter bestaan dan het Boptet van 1950-'51. De bezetting wisselt een aantal keren. Op drums wordt Tonny Nüsser opgevolgd door Rob Pronks jongere broer Ruud en daarna door Han Brink. Ook Rob Madna verlaat de groep en wordt vervangen door Cees Slinger. In maart 1957 is de band tijdelijk ontbonden, maar in juli speelt de groep weer in de Sheherazade. Jerry van Rooyen is nu de trompettist, Rob Pronk verhuist naar de piano, en Cees Slinger moet onverhoeds de rol van de vertrokken bassist Dick van der Capellen overnemen.

Cees Slinger Frans Elsen Rob Madna Tonny Nüsser Tony Vos

1957 - 1991

In hetzelfde bericht in Rhythme (juli 1957) waarin het nieuws over Jerry van Rooyen wordt gemeld, staat ook te lezen: 'Rob Pronk heeft enkele arrangementen geschreven voor de nieuwe Kurt Edelhagen Band.' Het is de voorbode van de grote ommekeer in zijn leven en loopbaan. Kurt Edelhagen heeft vanaf de vroege jaren vijftig het dansorkest van de Südwestfunk in Baden-Baden geleid. In 1957 stapt hij over naar de Westdeutscher Rundfunk in Keulen, en daar groeit zijn big band uit tot een internationaal top-ensemble, met gerenommeerde jazzsolisten zoals de Britten Jimmy Deuchar (trompet) en Derek Humble (altsax), de Joegoslaaf Dusko Gojkovic (trompet), de Fransman Jean-Louis Chautemps (tenor) en de Belg Francis Coppieters (piano). In dit hoogwaardige gezelschap maakt Rob Pronk in 1958 zijn entree, eerst als vaste arrangeur, daarna ook als trompettist (hij volgt in eerste instantie Dusko Gojkovic op). In juli 1958 speelt de Edelhagen-band twee keer in de Scheveningse Kurzaal en één keer in het Amsterdamse Concertgebouw, met als gast-zangeres Rita Reys. Skip Voogd bericht in Rhythme (augustus/september 1958) dat het orkest 'een weinig genuanceerd ritme als basis' heeft, maar de 'koper- en saxgroep zijn om te watertanden', om van de ster-solisten maar te zwijgen. 'Ook onze eigen Rob Pronk mogen we noemen: hij speelt niet alleen een voortreffelijke rol in de kopergroep, doch is bovendien verantwoordelijk voor het merendeel der verrassingsvolle arrangementen en originals uit Edelhagen's bandbook.' Rob Pronk blijft vier jaar in dienst bij Kurt Edelhagen, tot 1962, en heeft dan voldoende faam verworven om als zelfstandig arrangeur, componist en dirigent een succesvolle positie in de internationale muziek-business op te bouwen. In 1964 produceert, arrangeert en dirigeert hij het Marlene Dietrich-album Die neue Marlene. Hij staat dan in Londen voor een veertigmans orkest met onder anderen trompettist Kenny Baker, drummer Kenny Clare en Larry Adler op mondharmonica. Hij houdt ook contact met Nederland. Voor het Metropole Orkest zal hij in de loop der jaren circa 850 arrangementen schrijven, plus meer dan 100 voor The Skymasters. Ook is hij vanaf 1975 21 jaar lang gastdirigent van het Metropole Orkest. Daarnaast speelt hij een vitale rol bij de opbouw van het professionele jazzonderricht in Nederland, als docent componeren en arrangeren aan het Rotterdams conservatorium. In juni 1991 nodigt Ken Poston van het radiostation KLON in Los Angeles (en later van het Los Angeles Jazz Institute) Rob Pronk uit om een concert te dirigeren gewijd aan zijn Metropole Orkest-oeuvre. Gastsolisten zijn onder anderen klarinettist Buddy DeFranco, trompettist Art Farmer, trombonist Carl Fontana en zangeres Diane Schuur. Pronk krijgt naar eigen zeggen 'de schok van zijn leven' wanneer een man op hem afkomt en zich beleefd aan hem voorstelt als Pete Rugolo. 'Hij wilde mijn partituren bekijken om te zien hoe ik voor strijkers schreef.' Onder zijn grote Amerikaanse collega's heeft Rob Pronk een aanzienlijke reputatie opgebouwd. 'He is truly a weaver of spells', zegt componist-arrangeur Johnny Mandel. 'Not only is he able to draw forth moods and textures from an orchestra that I have never heard before, but he also swings his butt off.' Saxofonist Bill Perkins is niet minder lovend: 'I believe he ranks with the finest of our modern composer/arranger/conductors.' Bassist-arrangeur John Clayton kent Rob Pronks werk sinds 1979: 'When I first heard his music, he immediately struck me as the most soulful arranger in Europe. Not only did he know how to handle any size ensemble, he also knew how to write in every style that I could think of (that I enjoyed listening to!). He is great at writing in classical settings, big band and bebop and he can burn a hole in the score sheet with his blues!'

Metropole Orkest Rita Reys

1992 - 2012

Het Nederlandse jazzpubliek heeft niet veel zicht op al deze internationale activiteiten. Daardoor dreigt de vaderlandse jazzreputatie van Rob Pronk op den duur te vervagen. In 1994 verschijnt wel zijn CD It Happened Yesterday op het Alabianca-label. Het zijn opnamen, geproduceerd door Joop de Roo, van het Rob Pronk Jazz-Orchestra uit 1968, met solisten als Benny Bailey en Rick Kiefer (trompet), Ack van Rooyen (bugel), Jiggs Whigham (trombone), Piet Noordijk (alt), Ferdinand Povel (tenor) en Frans Elsen (piano). Vermeldenswaard is ook de Alabianca-CD A Tribute To Rogier, waarop Piet Noordijk een hommage brengt aan Rogier van Otterloo, begeleid door het Metropole Orkest onder directie van Rob Pronk. Maar de rest van Pronks werk uit zijn latere decennia gaat grotendeels schuil op enigszins obscure CD's van buitenlandse solisten met het Metropole Orkest (trompettist Claudio Roditi, trombonist Andy Martin, klarinettist Buddy DeFranco). Daaraan valt waarschijnlijk ook toe te schrijven dat Rob Pronk wel internationaal wordt bekroond met de Nordring Radio Prize (1981) en de Blaupunkt Music Award (1988), maar dat hij in Nederland - ondanks de inspanningen van sommige juryleden - nooit in aanmerking komt voor de Boy Edgar Prijs of de Bird Award. Op 31 mei en 1 juni 2003 wordt zijn 75ste verjaardag (vijf maanden na dato) gevierd met een combo-optreden in het Haagse Pannonica en een concert van het Metropole Orkest in Hilversum. Ook in mei 2007 is Rob Pronk in Den Haag te horen, tijdens de 49ste Pasar Malam, waar aandacht wordt besteed aan de Indische wortels van de Haagse jazz. Hij speelt piano en zingt, samen met zijn zuster Babes, zijn broer Ruud op drums, en Victor Kaihatu op bas. Hij kampt dan al met een zwakke gezondheid, en dat wordt de volgende jaren alleen maar erger. Op 15 november 2010 is Rob Pronk nog een keer in Amsterdam. Zangeres Ruth Jacott brengt samen met het Metropole Orkest in het RAI Theater een hommage aan Billie Holiday, waarbij ze ook een aantal van zijn arrangementen vertolkt. Maar de fysieke neergang is onafwendbaar, en vrijdagavond 6 juli 2012 sterft Rob Pronk in de Harlaching-kliniek te München, 84 jaar oud. Maria Schneider, componiste en big band-leider van wereldfaam, laat een dag later weten: 'That's a shock... He was a wonderful man and a great great musician.' Trombonist Andy Martin reageert even getroffen: 'I have spent this evening listening to Rob's music. He was such a talent!' Maar van de Nederlandse dag- en weekbladen publiceert alleen de Volkskrant op 10 juli een beknopt overlijdensbericht.

Benny Bailey Ferdinand Povel Frans Elsen Piet Noordijk Ruth Jacott

Discografie Rob Pronk (1)

In de discografie worden officiële opnamen die zijn uitgebracht van de betreffende persoon, band of ensemble per soort geluidsdrager chronologisch opgesomd. Meerdere uitgaven binnen hetzelfde jaar staan alfabetisch gerangschikt. Bij Gastbijdragen worden alleen bijdragen gelinkt aan platen van acts die een volledige vermelding hebben in de Muziekencyclopedie. Dit overzicht is bedoeld als index en biedt daarom geen volledige opsomming. Als muzikanten ook deel uitmaken van de bezetting van een band die in de encyclopedie staat, zijn de discografische gegevens terug te vinden bij de desbetreffende band.

Audio/Video Rob Pronk (1)

Er is nog geen audio- of videomateriaal aanwezig.
Zelf audio of video toevoegen

Zelf audio of video toevoegen

Muziekencyclopedie.nl op Facebook Muziekencyclopedie.nl op Twitter

reageer