Pop / Rock Dance Hiphop Jazz Wereld Klassiek Hedendaags Podia Festivals Genreboom

THEO UDEN MASMAN

Overzicht | Biografie | Discografie | Foto's | Audio/Video

The Orginal Ramblers

Periode

15-03-1901 - 27-01-1965

Genre

amusementsmuziek, arrangeur, componist, dirigent, jazz, piano

Online

Beeld en Geluidwiki

Pseudoniemen

Dick Hansen

Theo Uden Masman

Theo Uden Masman (Cheribon, Java, 15 maart 1901 - Den Haag, 27 januari 1965) is ruim 37 jaar de leider van het bekendste Nederlandse dansorkest The Ramblers. De band maakt onder zijn leiding voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog honderden platen, verzorgt ruim tweeduizend radio-uitzendingen en is te zien ...
Volledige biografie...

Instrumenten

arrangeur, componist, dirigent, piano

Genoemd in de biografie van

1921   Lex van Spall
1927   Melle Weersma
1956   Ado Broodboom

Biografie Theo Uden Masman

Theo Uden Masman (Cheribon, Java, 15 maart 1901 - Den Haag, 27 januari 1965) is ruim 37 jaar de leider van het bekendste Nederlandse dansorkest The Ramblers. De band maakt onder zijn leiding voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog honderden platen, verzorgt ruim tweeduizend radio-uitzendingen en is te zien en te horen in een aantal films. The Ramblers begeleiden vele beroemde binnen- en buitenlandse artiesten op het podium, de grammofoonplaat en het filmdoek. In 1935 en 1937 maakt de band plaatopnamen met de Amerikaanse topmusici Coleman Hawkins en Benny Carter. Masman schrijft in zijn jonge jaren enkele novelty piano-werkjes en later meer jazzmatige en populaire composities. Hij heeft geen pianosoli op handelsplaten nagelaten. Wel zijn er enkele piano-duetten op geluidsdragers en een door hem ingespeelde pianola-rol bewaard gebleven. Zijn orkest blijft tijdens en na de oorlog zeer populair, tot de opkomst van de teenagermuziek begin jaren zestig een eind maakt aan het Ramblers-tijdperk.

In bezetting van

The Ramblers   dirigent

1901 - 1922

Dirk Theodoor Uden Masman wordt op 15 maart 1901 geboren uit Friese ouders in Cheribon op Java. Hij is het enige kind van Henricus Uden Masman en Trijntje Tolsma. Over zijn afkomst vertelt hij in een interview met Het Parool uit 1964: 'Mijn voorouders waren allemaal predikanten. Mijn vader was de eerste niet-dominee, hij was drukker-uitgever. De voornaam Uden was de achternaam van mijn bet-overgrootmoeder.' In 1906 keert de familie Masman terug naar Nederland om zich eerst in Wassenaar en daarna in Den Haag te vestigen. De eerste muzikale pogingen van Theo Uden Masman beginnen op achtjarige leeftijd op een harmonium dat heeft toebehoord aan zijn grootvader. Via de lagere school en de hbs gaat hij op aandrang van zijn vader naar de Gemeentelijke Handelsschool in Rotterdam, want hij is voorbestemd om in de handel te gaan. In die tijd raakt hij bevriend met zijn klasgenoot Willy Tuschinski, de zoon van bioscoopmagnaat Abraham Tuschinski. Deze vriendschap zal hem later goed van pas komen. Al tijdens zijn schooljaren openbaart zich zijn muzikale leiderschap. Hij kan vaardig met de piano overweg en binnen korte tijd heeft hij de muzikale leiding bij schoolfeesten en partijen. Ondanks zijn handelsopleiding is hij van jongs af aan in muziek geïnteresseerd; vooral de moderne klassieke muziek trekt hem erg aan. Hij maakt studies van moderne componisten zoals Béla Bartók, Henk Badings en Maurice Ravel. Hij gaat lessen volgen aan het Rotterdams Conservatorium onder leiding van de destijds vooraanstaande muziekdocent Siegfried Blaauw. Na het behalen van zijn handelsdiploma besluit hij tot verdriet van zijn ouders niet verder te studeren. Hij werkt achtereenvolgens bij een wijnverkoper, bij een bank, en na zijn militaire dienstplicht ten slotte in 1922 als medewerker van het Haagse dagblad Het Vaderland. Daar verslaat hij voornamelijk sport- en lichte-muziek-evenementen. Zijn eerste bijdrage verschijnt op 17 augustus 1922. Als na de Eerste Wereldoorlog de jazz en aanverwante muzieksoorten uit de Verenigde Staten naar Nederland komen overwaaien, wordt Masmans aandacht getrokken door een voor hem nieuw piano-genre. Hij raakt onder de indruk van de Amerikaanse pianist Zez Confrey, wiens compositie Kitten On The Keys wereldberoemd wordt. Hij bestelt de bladmuziek in Amerika. Masman vertolkt Kitten On The Keys voor de eerste maal met groot succes tijdens een soirée. Al spoedig ontpopt hij zichzelf ook als componist van zogenoemde novelty pianomuziek. Zijn eerste compositie The Syncopy Rag verschijnt in augustus 1921 in druk. Het is een eigen uitgave, waarschijnlijk met hulp van zijn vader tot stand gekomen. In totaal worden in de periode 1921-1930 tien composities van Theo Uden Masman uitgegeven. De invloed van de Amerikaanse pianisten Zez Confrey, Arthur Schutt en Rube Bloom en de Engelsman Billy Mayerl is er duidelijk in terug te horen. Van Theo Uden Masman is ten minste één pianola-rol bewaard gebleven met zijn compositie Renata. Deze tango is opgedragen aan de Hongaarse danseres Renate Erdély, die tijdens de jaren twintig in Nederland optreedt. In oktober 1926 speelt hij deze compositie in op een pianola-rol van de Amsterdamse Muziekrollen-Fabriek Hollandia. Er worden ruim 70 exemplaren van geproduceerd. De verkoopprijs is f 2,50. Het nummer verschijnt in 2001 op een CD van het Amsterdamse Pianola Museum. Bij deze opname heeft Casper Janse de pianola bediend.

1923 - 1925

In februari 1923 sluit Theo Uden Masman zich aan bij de amateur-jazzband The Original Jazz Syncopators, waarmee hij zijn radiodebuut maakt in de Haagse privé-studio van de Nederlandse radio-pionier H. H. Schotanus à Steringa Idzerda. Nadat Masman de leiding van de band heeft overgenomen, wordt hij begin 1924 gevraagd als pianist van de op 23 november 1923 opgerichte amateur-jazzband The Queen's Melodists onder leiding van saxofonist/violist Victor Gonsalvez. Masman geeft zijn baan bij Het Vaderland op en treedt in dienst bij de Haagse muziekuitgever en grammofoonplaten-importeur J. Philip Kruseman. Hij wordt belast met het importeren en verkopen van het destijds bekende platenmerk Brunswick. Tot 1927 blijft hij daarnaast als freelance verslaggever aan Het Vaderland verbonden. Zijn nieuwe orkest The Queen's Melodists bestaat voornamelijk uit studenten en is populair bij de Haagse jeugd. De samenstelling van de band is eind 1925: Leo Boet (tp), Coen Gonsalvez (tb), Victor Gonsalvez (as, ldr), B. Uljie (as), Johan van Santen (ts), Theo Uden Masman (p), Augie van Söhnsten (bjo), Leo Angenot (tuba), Johan Berganius (d). Tijdens een weldadigheidsavond voor het Rode Kruis in Den Haag spelen The Queen's Melodists met onder hun gehoor koningin Emma, prins Hendrik en de Amerikaanse klassieke pianist José Iturbi. Met het orkest maakt Masman zijn eerste buitenlandse trip. Op 28 november 1925 treden The Queen's Melodists op tijdens een feestavond in Zürich voor de Nederlandse studentenvereniging Hollandia. De band speelt ook op avonden bij het Dans-instituut van de Surinaamse danspedagoge en bewegingskunstenares Lili Green. Tijdens een van deze dansavonden maakt Theo Uden Masman kennis met een assistente van Lili Green, danseres Betsy van der Leijé. Al spoedig volgt de verloving. Van Betsy, door haar geliefde ook wel 'Toet' genoemd, is de eerste karakterbeschrijving van Theo Uden Masman bewaard gebleven. Aan een onbekend gebleven vriend schrijft ze in oktober 1924: 'Nu zal ik je even aan mijn man voorstellen. Hij heet Theo Uden Masman (hij is niet zwart maar donker blond), 23 jaar. Acht maanden ouder dan ik, maar hij is enigs kind. Hij is een reuze kreng en ook verwend. Hij ziet er lief uit maar is het helemaal niet, maar dat wil ik ook niet, want ik houd niet van lieve mannen. Op dit ogenblik is hij bij een grammofoon handelaar want hij heeft veel verstand van handel. Hij wil niet studeren tot groot verdriet van zijn ouders, want daar heeft hij geen geduld voor. Verder speelt hij uitstekend piano en is bij een nieuwe jazzband, componeert en is nog altijd los journalist. Hij geeft verslagen over sport.' Intussen is Masman van 10 tot 27 september 1925 als dienstplichtig korporaal bij het 3de Regiment Wielrijders op herhalingsoefeningen geweest.

1926

Begin 1926 wordt Masman door de in Nederland verblijvende Russisch-Armeense saxofonist en orkestleider Gregoire Nakchounian gevraagd voor zijn orkest The Russian North Star Orchestra. Hij slaat het aanbod af omdat hij niets voelt voor het muzikantenvak. Toch zwicht hij enige maanden later voor een aanbieding van Willem Burbach en Jan Gluhoff om in hun band de Resonance Five te komen spelen. Het salaris is hoog en de engagementen vinden plaats in goede etablissementen. De lust naar avontuur doet Masman ten slotte toch voor het muzikantenvak kiezen. Begin mei 1926 verlaat hij de The Queen's Melodists en op 16 mei 1926 begint hij als beroepsmusicus bij de inmiddels uitgebreide Resonance Seven. De band is als volgt samengesteld: Willem Burbach (trompet, co-leider), Gerard Spruyt (trombone), Jan Gluhoff (klarinet, saxofoon, co-leider), Harry Pohl (saxofoon), Theo Uden Masman (piano), Jacques Pet (banjo), Kees Kranenburg (drums). Al snel blijkt dat het tussen de beide leiders niet botert. De voortdurende ruzie is de reden dat Willem Burbach en Harry Pohl uit het orkest stappen. Het contract met het Tuschinski-concern wordt door bemiddeling van Willy Tuschinski veilig gesteld en het nieuwe ensemble komt onder leiding te staan van Jan Gluhoff. Masman wordt de zakelijk leider en is tevens de bedenker van de nieuwe naam The Original Ramblers. De eerste samenstelling van de Ramblers is: Louis de Vries (trompet), Gerard Spruyt (trombone), Jan Gluhoff (saxofoon, leider), Theo Uden Masman (piano), Jacques Pet (banjo), Jack de Vries (sousafoon), Kees Kranenburg (drums). De eerste repetities vinden plaats in de bovenzaal van het Scheveningse Circusgebouw. Daarna debuteren The Original Ramblers op 1 september 1926 in Tuschinski-cabaret-dansant La Gaité te Amsterdam. Masman logeert tijdens dit engagement in Hotel Riche op het Rembrandtsplein. Op 21 november 1926 begint het tweede engagement in het Rotterdamse Tuschinski-cabaret-dansant La Gaité. De vroegst bekende advertentie waarin de naam van het nieuwe orkest wordt genoemd, verschijnt in Het Weekblad gewijd aan de belangen van Rotterdam van zaterdag 30 oktober 1926: 'Vrijdag 29 october 1926, Afscheids- en Huldigingsavond van Syd Phillips and his Melodians. Vanaf 1 november 1926: The Ramblers, the Hottest Syncopators of Holland.' Het engagement van de Engelse band van Syd Phillips wordt echter enkele weken verlengd. Op 20 november verschijnt in de Nieuwe Rotterdamsche Courant een advertentie: 'Cabaret-Dansant La Gaité, Rotterdam: 21 november 1926 eerste optreden [in Rotterdam] van The Ramblers, the Hottest Syncopators of Holland.' De Ramblers spelen van 21 november tot en met december 1926 in het Rotterdamse La Gaité. Al snel ontstaat een gespannen sfeer in het jonge ensemble. Door ingrijpen van Abraham Tuschinski worden drie musici ontslagen (leider Jan Gluhoff en de gebroeders Louis en Jack de Vries) en twee nieuwe aangenomen. Een van de nieuwelingen is de Belgische saxofonist Jean Wéry. Na deze drastische ingrepen wordt op 1 maart 1927 opnieuw begonnen in Rotterdam. De bezetting is nu: Eddy Meenk (trompet, altsaxofoon), Gerard Spruyt (trombone, tenorsaxofoon), Jean Wéry (klarinet, alt- & baritonsaxofoon), Theo Uden Masman (leider, piano, arrangeur), Jacques Pet (banjo), Kees Kranenburg (drums).

1927 - 1939

In de ochtend van 1 april 1927 vertrekken de Ramblers naar Duitsland om tot eind augustus een engagement te vervullen in Alkazar, het grootste dans- en variété-theater van Hamburg aan de Reeperbahn. Tijdens dit engagement trouwt Theo Uden Masman op 3 augustus 1927 met zijn verloofde Elisabeth Paula Magdalena Julie van der Leyé. Terug in Nederland volgen twee Tuschinski-engagementen. Het eerste van 1 september 1927 tot en met april 1928 in Rotterdam; het tweede van mei 1928 tot en met september 1928 in Amsterdam. Er volgen enkele jaren van reizen en trekken door binnen- en buitenland; ook worden vele grammofoonplaten opgenomen. In mei 1933 maakt Theo Uden Masman in Londen de enige bekende handelsplaat zonder de Ramblers, samen met de Amsterdamse pianist Leo H. de la Fuente. In 1935 begint dansorkest de AVRO-Decibels, onder leiding van trompettist Eddy Meenk. Om de dansliefhebbers en jonge luisteraars aan zich te binden, besluit de VARA ook een modern dansorkest te engageren. Eerst wordt het orkest van Jack de Vries benaderd, maar zijn Internationals willen onafhankelijk blijven en gaan niet op het aanbod in. De Ramblers staan als tweede op de lijst. Tijdens een engagement in de Groningse dancing Frigge schrijft Masman op 13 mei 1935 een brief aan zijn 'Toetje' in Den Haag: 'Ik heb een aanbod van de V.A.R.A. om vanaf october 3 maanden een tournee te maken en dan waarschijnlijk als dansband te blijven (strikt geheim, met niemand over spreken). Bijzonderheden hoor je nog wel, áls het doorgaat. De Decibels vallen bij vrijwel bij niemand in de smaak; de zang van Eddy Meenk vindt iedereen verschrikkelijk. Gelukkig voor ons. Wat zakelijk, hè?, [was getekend] je Dorusje.' Na de besprekingen tussen beide partijen word de pers ingelicht. De Ramblers zijn door de VARA gecontracteerd voor een uitgebreide tournee van 26 concerten ter gelegenheid van het tienjarig VARA-jubileum. Zanger Albert de Booij maakt de tournee mee. Het brengen van de liedjes uit de VARA-jubileumrevue is bij de Ramblers in uitstekende handen. Het Ramblers-VARA-Dansorkest speelt in de volgende bezetting: Theo Uden Masman (piano, leider), George van Helvoirt (eerste trompet, viool), Jack Bulterman (tweede trompet, zang, arrangeur), Marcel Thielemans (trombone & zang), Wim Poppink (klarinet, altsaxofoon, accordeon, zang), André Vanderouderaa (klarinet, tenorsaxofoon, viool), Jacques Pet (contrabas), Kees Kranenburg (drums). De VARA-Ramblers-tournee begint op 4 oktober 1935 in de Buitensociëteit te Zwolle.

1940 - 1942

Onder leiding van Masman verandert de oorspronkelijke jazzband in een prominent dans- en vooral show-orkest. De Ramblers zijn het VARA-huisorkest tot begin 1941. Nadat de omroepverenigingen door de Duitse bezetter zijn opgeheven staat het orkest per 9 maart 1941 onder contract bij de genazificeerde Nederlandsche Omroep. Al in 1940 is het dringende verzoek gekomen de twee joodse musici Sem Nijveen en Sal Doof uit het orkest te verwijderen. Toch weet Masman beiden tot september 1941 in dienst te houden. Sem Nijveen weet met hulp van Masman en de overige orkestleden onder te duiken en de oorlog te overleven. Sal Doof ontkomt niet aan deportatie en wordt in juli 1943 in het vernietigingskamp Sobibor vermoord. Theo Uden Masman komt enkele malen in conflict met het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten wegens zijn dubbelzinnige aankondigingen en anti-Duitse opmerkingen. Het orkest moet meewerken aan enkele Duits-vriendelijke bijeenkomsten en aan radioprogramma's met later toegevoegde nazi-propaganda, die via Radio Luxemburg worden uitgezonden. Van 17 tot 20 januari 1942 geven de Ramblers concerten in Brussel en Antwerpen. Ook in januari 1942 gaat in het Haagse Apollo Theater de Nederlandse Polygoon-film Variété in premiëre. De film bestaat uit een reeks korte schetsen waaronder een korte film van de Ramblers, die toont hoe plaatopnamen tot stand komen en grammofoonplaten worden vervaardigd. Tijdens de film is Theo Uden Masman te zien en te horen met zijn bekende aan- en afkondigingen. In maart 1942 wordt de Engelse naam van het orkest verboden. Op zaterdag 14 maart 1942 speelt het orkest in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen te Den Haag onder de naam 'Remblers'. Ook dit wordt verboden. In de advertenties en op de fotokaarten van het orkest is vanaf april 1942 sprake van 'Theo Uden Masman en zijn Orkest', 'Het Orkest onder leiding van Theo Uden Masman' of 'Het bekende Dansorkest onder leiding van Theo Uden Masman'. Dat het hier de Ramblers betreft, is voor het grote publiek overduidelijk. In de loop van 1942 werkt het orkest mee aan enkele schouw-avonden in het Amsterdamse Concertgebouw.

1943 - 1944

Zomer 1943 vinden in de radiostad Hilversum grote veranderingen plaats. In een brief aan een Ramblers-fan schrijft Masman op 4 juni 1943: 'Hilversum 2 wordt als Nederlandsche zender opgeheven, het wordt een Duitsche propagandazender die met behulp van daartoe 'gevorderde' orkesten waaronder ook Dick Willebrandts' orkest en de Ramblers behooren, uitsluitend Amerikaansche en Engelsche muziek met Engelsche refreinzang gaan uitzenden. Of het anoniem gebeurt weet ik niet; zoo men wél onze oude naam 'Ramblers' gaat ge- of misbruiken, weten jelui hoe wij het zélf vinden. Er zat echter niets anders op; liever dit dan 6 van mijn jongens naar Duitschland en Ferry Barendse als krijgsgevangene. Verdedig ons maar een beetje als men ons soms mocht belasteren; laat deze brief echter aan niemand zien voor de tijd daar is dat we weer uit eigen wil alles mogen spelen wat we willen.' Dat Theo Uden Masmans gedragingen nauwlettend worden gevolgd, blijkt uit een artikel in de nazi-krant Het Nationale Dagblad van 8 juli 1943: 'Als Masman meent dat hij rustig voort kan gaan, om een verkapte anti-Duitsche actie te voeren, dient hij te verdwijnen. Ook de leden van een dansorkest kunnen wellicht een plaatsje krijgen in elders gevestigde industrieën.' Naast de wekelijkse radio-uitzendingen voor de Nederlandsche Omroep en de nieuwe propagandazender treedt Masmans orkest op in het hele land en zelfs enkele malen in België. Tijdens de grote razzia in Hilversum op 23 oktober 1944 worden enkele duizenden mensen opgepakt, onder wie ook de leden van de Ramblers met uitzondering van Ferry Barendse, Jan Mol, Marcel Thielemans en de nieuwe tweede trombonist Herman 'Rits' Groothand. De opgepakte menigte wordt gedwongen zich te voet naar het concentratiekamp Amersfoort te begeven. Masman, Jack Bulterman en André Vanderouderaa worden in Hamersveld te werk gesteld als kantoorbediende. Een week later zijn alle opgepakte orkestleden weer op vrije voeten. Als laatste vertrekt Theo Uden Masman vanwege het opgelopen eczeem en ernstige maagklachten. In werkelijkheid is hij echter in prima conditie. Inmiddels hebben Herman Groothand en Jan Mol het orkest verlaten, terwijl Wim Poppink is ondergedoken. In februari en maart 1945 verzorgen de overgebleven Ramblers, met enkele invallers, nog vijf radio-uitzendingen voor de Nederlandsche Omroep.

1945 - 1949

Na de bevrijding spelen The Ramblers in mei en juni 1945, met een kleine combinatie, op enkele dansavonden voor de Canadese bevrijders. Op 1 juni 1945 volgt een show-optreden in Leiden en op 4 juni een concert in het Amsterdamse Krasnapolsky Hotel voor de Binnenlandse Strijdkrachten. Kort daarna vertrekken The Ramblers naar België. Van 29 juni tot 27 september 1945 treedt de tot 16 man uitgebreide band op voor Amerikaanse militairen in Brussel. Tijdens dit engagement wordt in Brussel ook weer een serie Decca-platen opgenomen. De samenstelling van het orkest is nu: George van Helvoirt, Jack Bulterman, Ferry Barendse (trompet), Sem Nijveen (trompet, viool), Marcel Thielemans, Jos Clebér, Jan Koulman (trombone), Wim Poppink, Fred van Ingen, Tonny Helweg, Benny de Gooyer, André Vanderouderaa (saxofoons), Theo Uden Masman (leider, piano), Wim Sanders (gitaar), Jacques Pet (contrabas), Kees Kranenburg (drums). Van oktober tot en met december 1945 spelen de tot negen musici teruggebrachte Ramblers, zonder hun leider, in de Amerikaanse Club te Antwerpen. Masman is op 8 oktober 1945 teruggekeerd naar Hilversum. De Ramblers en hun leider zijn door de Eereraad voor de Kleinkunst bij verstek zwaar gestraft wegens hun houding gedurende de Duitse bezetting. Op 12 november 1945 wordt tijdens een zitting van de Eereraad, waarbij Theo Uden Masman aanwezig is, de eerder gedane uitspraak van 28 augustus 1945 herzien. Het verbod van de orkestnaam wordt ingetrokken, omdat de naam 'Ramblers' door de Duitse-bezetter ook al was verboden. Verder houdt de nieuwe uitspraak in dat Masman tot 5 mei 1946 geen orkestleider mag zijn. Hij mag echter wel als pianist optreden. De overige orkestleden zijn in Nederland uitgesloten tot 31 december 1945. De Ramblers zijn nog steeds volop actief in België en ontlopen zo de in Nederland opgelegde sancties. Tijdens Masmans schorsing neemt drummer Kees Kranenburg de leiding van het orkest waar. Intussen is Theo Uden Masman druk aan het onderhandelen met zijn oude werkgever, de VARA. Deze gesprekken pakken goed uit. Met ingang van 1 januari 1946 zijn The Ramblers weer vast verbonden aan de VARA. Het orkest is gecontracteerd voor 11 maanden per jaar. Tijdens de vrije maand augustus zal het orkest de eerste drie jaar in Duitsland optreden voor Amerikaanse militairen. Op 27 februari 1946 vindt de eerste naoorlogse VARA-uitzending van de Ramblers plaats. De samenwerking met de VARA loopt door tot de opheffing van het orkest. Naast de radio-uitzendingen is het orkest ook te horen en te zien tijdens VARA-propagandatournees en later ook ook in tv-shows. Bij het beantwoorden van fanmail geeft Theo Uden Masman soms interessante informatie. Zo schrijft hij in een antwoordbrief aan een Ramblers-liefhebber op 16 april 1946: 'Sem Nijveen heeft in Januari 1946 betreffende de Ramblers de kat uit de boom willen kijken en is toen vervangen door trompettist Wim Kat; later heeft Sem Nijveen Jack Bulterman wegens ziekte vervangen. Nu is Bulterman weer beter en Nijveen dus weer weg. Ik kan het niet helpen; het is Sem Nijveen's eigen schuld. Zoo is het ook met Jan Mol, die zonder bericht na de bevrijding bij de Binnenlandse Strijdkrachten ging werken als filmoperateur en zijn plaats dus verspeelde. Inderdaad is Wim Sanders als solist geen Jan Mol; als band-guitarist uitsluitend voor het rythme, is hij echter zijn plaats volkomen waard. En, hetgeen belangrijk is, hij is minder wispelturig dan zijn groote collega Jan Mol. Indien U werkelijk jazz-liefhebber bent, zult U moeten vaststellen, dat de Ramblers naast een kwantum 'flauwe kul' een zeer groot percentage goede, op Amerikaansche leest geschoeide dansmuziek brengen. Om echter een nummer als 'Study in Brown' te spelen, moeten wij als tegenprestatie beslist een commercieel nummertje brengen, als het ware om het goed te maken. Dat publiek, dat publiek!' De nog steeds populaire Ramblers gaan onbekommerd de jaren vijftig tegemoed.

1950 - 1960

In maart 1952 krijgt Theo Uden Masman bij de VARA een functie als programmaleider. Hij moet kiezen voor een eervolle positie met pensioen of terug in het muzikantenvak. Uiteindelijk kiest hij voor het laatste en in juni 1952 staat Masman weer voor zijn orkest, dat nog steeds succesvol voor de radio en in den lande optreedt. Op 9 april 1957 wordt de echtscheiding tussen Masman en zijn eerste vrouw uitgesproken. Op 4 november 1957 trouwt hij in Hilversum met Ellen Cornelisse. Het nieuwe paar vestigt zich in Den Haag aan het Lange Voorhout, waar Masmans echtgenote haar modezaak Maison Ellen leidt. Vanaf 1957 krijgen de Ramblers twee radio-uitzendingen per week. Masmans radioprogramma Vers van de Pers zal voortaan twee keer per maand te horen zijn. De vrije maand augustus brengt de band voor de laatste keer door in Café Stadt Wien in München. Het succes is groot, vooral dankzij de nieuwe trompettist Ado Broodboom. In september 1958 wordt Masman ernstig ziek. Pianist Charlie Nederpelt neemt de leiding van het orkest tijdelijk over. Op 18 oktober 1958 presenteert Masman weer zijn programma Vers van de Pers, en tegen het eind van 1958 staat hij opnieuw voor zijn orkest. Ook zijn radioprogramma Hits aan de Spits presenteert hij als vanouds. In juIi 1959 is Masman met zijn orkest het muzikale middelpunt in het grote stadspark Planten un Blomen in het hartje van Hamburg. Behalve op zondag zijn The Ramblers elke dag in de grote muziektent te vinden - van drie uur 's middags tot zeven uur 's avonds en vervolgens van acht tot elf. Ze spelen big band-Swing en dans- en showmuziek. Masman weet de stemming erin te houden met puntige Witze en kolder-conférences in het Duits. Tijdens een van de eerste avondconcerten temt hij met een paar raak geplaatste zinnen een wild stel schreeuwerige teenagers - Halbstarken, zoals ze dan in Duitsland worden genoemd. De herriemakers krijsen dwars door Janie Bron's vertolking van Sei Lieb Zu Mir. Als het nummer uit is, loopt Masman naar de microfoon en spreekt met een uiterst vriendelijke stem de ordeverstoorders toe: 'Ich hab' Sie nicht verstanden; Sie sprechen so halbstark.' Vanaf dat moment is de vrede getekend en hebben de Ramblers er weer een nieuwe groep fans bij.

1961 - 1965

In 1961 schrijft het tijdschrift Goede Ontvangst: 'Door een grote variatie in genres werd voorkomen dat het orkest gezichtsloos zou worden. Serieuze nummers naar de stijl van bekende Amerikaanse orkesten kregen een plaats naast de Nederlandse schlagers en dansmuziek. Toch heeft Theo Uden Masman weinig aanleiding om opgewekt te zijn. 'Er is een teenagertendens. Het serieuze muziekwerk staat voorlopig op een zijspoor. Ik voel niets voor dat commerciële gedoe. Ik wil aan die rommel geen geld verdienen. Moderne swingmuziek, niet al te high brow, Count Basie en Duke Ellington zijn ideaal. Naar arrangementen in de geest van Count Basie streef ik', aldus Theo Uden Masman.' In de loop van 1963 ondergaat de muzikale aanpak van de Ramblers een drastische verandering. Op dringend verzoek van de VARA moet steeds meer aandacht worden geschonken aan het actuele teenager-repertoire. Het gevolg is dat op 14 september 1963 Jany Bron afscheid neemt van het orkest. Ze wordt vervangen door het tienerzangeresje Greetje Mona. Verder wordt de jonge zanger Rob de Nijs met zijn popgroep The Lords aan The Ramblers toegevoegd. Tijdens de winter van 1963 trekken de Ramblers met de nieuwe aanwinsten het land in met een teenagershow Hit Parade. Door de nieuwe aanpak zijn de Ramblers, tot groot ongenoegen van Theo Uden Masman, opnieuw Nederlands populairste orkest geworden. Dan neemt Masman het besluit het veertigjarig jubileum van zijn orkest te laten schieten. Hij vindt dat zijn orkest niet langer past in programma's als VARA's maandelijkse teenagershow Vijf seconden van woef. Volgens een uitspraak van de orkestleider is het enige verschil tussen het tienerpubliek en koeien, dat koeien er intelligenter uitzien. Op 11 april 1964 vindt de laatste VARA-uitzending van de Ramblers plaats. Daarmee verdwijnen de bekende eindtune The Farewell Blues en de onvergetelijke afkondiging 'Maarrr… wij komen terug' voorgoed uit de ether. De door Masman bedachte naam van het orkest mag niet zonder zijn toestemming worden gevoerd, tenzij de VARA 5000 gulden op zijn bankrekening stort. De VARA-leiding gaat niet op het aanbod in. Onder de nieuwe naam VARA-Dansorkest blijft de band onder leiding van pianist Charlie Nederpelt nog ruim twintig jaar bestaan. Masman overleeft zijn orkest slechts korte tijd. Hij sterft op 27 januari 1965 in het Rode Kruis Ziekenhuis te Den Haag aan de gevolgen van van een hartaanval die hem kort daarvoor heeft getroffen. Theo Uden Masman wordt onder zeer grote belangstelling ter aarde besteld op de Haagse begraafplaats Nieuw Eykenduynen.

Discografie Theo Uden Masman

In de discografie worden officiële opnamen die zijn uitgebracht van de betreffende persoon, band of ensemble per soort geluidsdrager chronologisch opgesomd. Meerdere uitgaven binnen hetzelfde jaar staan alfabetisch gerangschikt. Bij Gastbijdragen worden alleen bijdragen gelinkt aan platen van acts die een volledige vermelding hebben in de Muziekencyclopedie. Dit overzicht is bedoeld als index en biedt daarom geen volledige opsomming. Als muzikanten ook deel uitmaken van de bezetting van een band die in de encyclopedie staat, zijn de discografische gegevens terug te vinden bij de desbetreffende band.

Foto's Theo Uden Masman

Audio/Video Theo Uden Masman

Er is nog geen audio- of videomateriaal aanwezig.
Zelf audio of video toevoegen

Zelf audio of video toevoegen

Muziekencyclopedie.nl op Facebook Muziekencyclopedie.nl op Twitter

reageer