Pop / Rock Dance Jazz Wereld Klassiek Hedendaags Podia Festivals Genreboom

elektronische muziek en computermuziek

Overzicht | Geschiedenis | Lijst | Podia | Festivals

Gerelateerd

hedendaags

Uitgelicht

Piet-Jan van Rossum

Geschiedenis

Elektronische muziek floreerde vanaf de vroege jaren 1950. De na-oorlogse wederopbouw was in volle gang, in de kunsten gekenmerkt door een hang naar abstractie, zakelijkheid en objectiviteit. Componeren met elektronische middelen sloot daarbij aan: meer nog dan in de even actuele twaalftoonsmuziek en seriële muziek (geschreven voor levende, uitvoerende musici) kon de componist het subjectieve, menselijke element buitensluiten en klanken vormen die geen associaties opriepen met de traditionele muziekpraktijk. De componist werd een klankregisseur met een totaal nieuw palet en een muzikale 'grammatica' die los stond van de oude (klassiek-romantische) vormen, regels en luistergewoonten. Tot de mogelijkheden behoorde het met bandrecorders opnemen en manipuleren van omgevingsgeluiden ('musique concrète') evenals het componeren met elektronische geluiden die in een studio werden gegenereerd. De eerste elektronische studio werd in 1951 opgericht in Keulen, door de West-Duitse radio. Tezelfdertijd componeerde Karlheinz Stockhausen Gesang der Jünglinge, de eerste elektronische compositie die wereldberoemd werd. De eerste Nederlandse ...
Lees meer...

Piet-Jan van Rossum

Piet-Jan van Rossum richt zich bovenal op het componeren. In zijn eigen woorden: "Ik ben lid van een oeroude stam wilde en schuwe vertellers, spelend met tijd en vorm, met vensters naar tuinen waar de tijd trager verloopt. Het is een wereld zoals ik die zie en leef: een houten ... Lees meer...

Geschiedenis van Elektronische Muziek En Computermuziek

Elektronische muziek floreerde vanaf de vroege jaren 1950. De na-oorlogse wederopbouw was in volle gang, in de kunsten gekenmerkt door een hang naar abstractie, zakelijkheid en objectiviteit. Componeren met elektronische middelen sloot daarbij aan: meer nog dan in de even actuele twaalftoonsmuziek en seriële muziek (geschreven voor levende, uitvoerende musici) kon de componist het subjectieve, menselijke element buitensluiten en klanken vormen die geen associaties opriepen met de traditionele muziekpraktijk. De componist werd een klankregisseur met een totaal nieuw palet en een muzikale 'grammatica' die los stond van de oude (klassiek-romantische) vormen, regels en luistergewoonten. Tot de mogelijkheden behoorde het met bandrecorders opnemen en manipuleren van omgevingsgeluiden ('musique concrète') evenals het componeren met elektronische geluiden die in een studio werden gegenereerd. De eerste elektronische studio werd in 1951 opgericht in Keulen, door de West-Duitse radio. Tezelfdertijd componeerde Karlheinz Stockhausen Gesang der Jünglinge, de eerste elektronische compositie die wereldberoemd werd. De eerste Nederlandse studio komt in 1954 van de grond, ook bij een radiostation (de Nederlandse Radio Unie). In 1956 wordt het Natuurkundig Laboratorium bij Philips in Eindhoven ingericht. Hier werken pioniers Henk Badings (1907-1987) en diens leerling Ton de Leeuw (1926-1996), evenals Dick Raaijmakers (1930). Het genre krijgt een grote impuls wanneer Philips en de Universiteit van Utrecht de handen ineen slaan en in 1960 de Studio voor Elektronische Muziek (STEM) opzetten. Een belangrijke rol speelt de van origine Duitse componist Gottfried Michael Koenig (1926). STEM krijgt wereldwijd bekendheid en trekt wereldwijd componisten aan. In 1967 wordt de studio omgedoopt tot Instituut voor Sonologie. In 1986 verhuist de studio naar het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Hier is elektronische muziek nog steeds een onderdeel van de opleiding. Tot de docenten behoort Kees Tazelaar (1962). Sommige Nederlandse componisten creëerden hun eigen studio; Ton Bruynèl (1934-1998) was de eerste, in 1957. In 1963 volgde de studio die Jan Boerman (1923) en Dick Raaijmakers inrichtten, ondanks hun verschillende artistieke uitgangspunten. Ook Luctor Ponse (1914-1988), die bij Koenig studeerde, zette in 1967 een huisstudio op. Jan Boerman richt zich vooral op timbres tussen ruis en toon. Minder abstract is het werk van Ton Bruynèl, die vaak bewust aansluiting zocht bij de expressie van beeldende kunst en literatuur. Raaijmakers is vooral een conceptueel kunstenaar voor wie het 'idee' uitgangspunt is van vaak getheatraliseerde werken. Tot zijn leerlingen behoren Roderik de Man (1941) die elektronica veelal combineert met 'live' bespeeld instrumentarium, en Gilius van Bergeijk (1946), componist van conceptuele muziek. Beiden zijn inmiddels zelf docent aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Uiteraard komt de 'beeldende' kracht van elektronisch gegenereerde muziek ook van pas in nieuwe opera's en ander muziektheater; Michel van der Aa (1970) schreef de elektronische partijen voor Louis Andriessens Writing to Vermeer en maakt ook in eigen werk veelvuldig gebruik van elektronisch gemanipuleerd geluid. In de afgelopen decennia heeft de opkomst van de computer de elektronische mogelijkheden van de componist aanzienlijk handzamer gemaakt en verruimd. Behalve onconventionele klanken (en gebruiksgemak, ook voor de 'conventionelere' componist) kan een computer berekeningen aandragen die de logica van het 'oude' serialisme ver overstijgen. Gottfried Michael Koenig gebruikte de computer om muzikale scenario's te berekenen, een werkwijze die door Cornelis de Bondt (1953) werd nagevolgd.

 

c
 
Muziekencyclopedie.nl op Facebook Muziekencyclopedie.nl op Twitter

reageer