Muziekencyclopedie
Zoeken
Uitgebreid
naar MCN-site
Pop / Rock
Dance
Jazz
Wereld
Klassiek
Hedendaags
Podia
Festivals
Genreboom

Impressionisme

Overzicht
Geschiedenis
Lijst
Podia
Festivals

Gerelateerd

klassiek.


delen op Twitterdelen op Facebookdelen op Hyves

Claude Debussy en Ravel zochten een alternatief voor de Duitse laatromantiek, in het bijzonder voor de muziek van Richard Wagner die een zwaar stempel op het Franse muziekleven drukte. Ze oriënteerden zich op de heldere schrijfwijze van Franse barokcomponisten en propageerden muziek als vormgegeven klank (en dus niet als uiting van hun persoonlijkheid en zieleroerselen). Door het verfijnen van klanknuances - Debussy vooral in pianostukken, Ravel meer in orkestwerken - prikkelden ze het voorstellingvermogen van de luisteraar. Het effect van hun muziek werd versterkt door een suggestief gebruik van stiltes (c.q. rusten) en pianissimi, van oude kerktoonsoorten en van exotische elementen zoals traditioneel-Russische harmonieën, Aziatische toonladders, Spaanse volksdans-ritmes en jazz-effecten. En vooral Debussy liet daarbij de klassieke vorm- en harmonieregels vaak ver achter zich. Ook Nederlandse componisten bleken ontvankelijk voor het Franse raffinement van het impressionisme, zeker naarmate de weerzin tegen de cultuur van het steeds agressievere Duitsland groeide. Duidelijke echo´s van Debussy en Ravel hoor je bij Matthijs Vermeulen (die in de jaren 1920 en ´30 nabij Parijs woonde) en soms bij Willem Pijper. Ook de Franse oriëntatie van Jan Ingenhoven, Leo Smit en Henriëtte Bosmans wijst in de richting van Debussy, evenals het oeuvre van Rudolf Escher die Debussy´s schrijfwijze op een heel persoonlijke manier voortzette.

Lees meer...

Claude Debussy en Ravel zochten een alternatief voor de Duitse laatromantiek, in het bijzonder voor de muziek van Richard Wagner die een zwaar stempel op het Franse muziekleven drukte. Ze oriënteerden zich op de heldere schrijfwijze van Franse barokcomponisten en propageerden muziek als vormgegeven klank (en dus niet als uiting van hun persoonlijkheid en zieleroerselen). Door het verfijnen van klanknuances - Debussy vooral in pianostukken, Ravel meer in orkestwerken - prikkelden ze het voorstellingvermogen van de luisteraar. Het effect van hun muziek werd versterkt door een suggestief gebruik van stiltes (c.q. rusten) en pianissimi, van oude kerktoonsoorten en van exotische elementen zoals traditioneel-Russische harmonieën, Aziatische toonladders, Spaanse volksdans-ritmes en jazz-effecten. En vooral Debussy liet daarbij de klassieke vorm- en harmonieregels vaak ver achter zich. Ook Nederlandse componisten bleken ontvankelijk voor het Franse raffinement van het impressionisme, zeker naarmate de weerzin tegen de cultuur van het steeds agressievere Duitsland groeide. Duidelijke echo´s van Debussy en Ravel hoor je bij Matthijs Vermeulen (die in de jaren 1920 en ´30 nabij Parijs woonde) en soms bij Willem Pijper. Ook de Franse oriëntatie van Jan Ingenhoven, Leo Smit en Henriëtte Bosmans wijst in de richting van Debussy, evenals het oeuvre van Rudolf Escher die Debussy´s schrijfwijze op een heel persoonlijke manier voortzette.