Pop / Rock Dance Hiphop Jazz Wereld Klassiek Hedendaags Podia Festivals Genreboom

levenslied

Overzicht | Geschiedenis | Lijst | Podia | Festivals

Gerelateerd

amusementsmuziek
carnaval
Nederlandstalig
schlager

Uitgelicht

Geschiedenis

Het levenslied is een lied waarin zaken uit het dagelijkse leven worden bezongen. De tekst (altijd standaard opgebouwd uit coupletten en refreinen) gaat over de schaduwzijde van het bestaan en heeft bijna altijd een moraal. Het levenslied roept een sentimenteel of melodramatisch gevoel op. Een afgeleide is de smartlap. Met de smartlap wordt een verhaal verteld met een kop en een staart, dat verplicht slecht afloopt. Daarom wordt de smartlap wel aangeduid als zijnde 'vals sentimenteel'.
Lees meer...

Johnny Meijer

Johnny Meijer (Amsterdam, 1 oktober 1912 - Amsterdam, 8 januari 1992) staat bekend als verstokt Jordanees, vertolker van meezingers en meedeiners, en de muzikale rechterhand van Manke Nelis. Dat de accordeonist tevens een begaafd jazzsolist is, wordt in Nederland (en zeker daarbuiten) veelal over het hoofd gezien. 'Ik speel alles, ... Lees meer...

Geschiedenis van Levenslied

Het levenslied is een lied waarin zaken uit het dagelijkse leven worden bezongen. De tekst (altijd standaard opgebouwd uit coupletten en refreinen) gaat over de schaduwzijde van het bestaan en heeft bijna altijd een moraal. Het levenslied roept een sentimenteel of melodramatisch gevoel op. Een afgeleide is de smartlap. Met de smartlap wordt een verhaal verteld met een kop en een staart, dat verplicht slecht afloopt. Daarom wordt de smartlap wel aangeduid als zijnde 'vals sentimenteel'.

Liederen waarin het tragisch lot wordt bezongen zijn al zo oud als de mensheid zelf. Middeleeuwse troubadours behaalden met dit deel van hun repertoire hun grootste successen. Het is altijd genieten bij andermans ellende. Het levenslied als zodanig komt tot bloei in de jaren twintig en dertig van de 20ste eeuw. De café-chantants en variététheaters komen op waar zangers hun komische, sarcastische, maar ook melodramatische liederen vertolken over live muziek. Via de 78-toerenplaat wordt het repertoire in de huiskamers verspreid. De eerste grote Nederlandse hits zijn Hallo Bandoeng van Willy Derby (1926) en De Kleine Man van Louis Davids (1929). Van deze platen worden maar liefst 50.000 exemplaren verkocht, voor die tijd astronomische aantallen.

Rotterdammer Johnny Hoes haalt begin jaren vijftig zijn inspiratie uit zeemansliedjes en de straatliedjes van 'de wijk Katendrecht. Zijn liedje Zeemanshart, vertolkt door Eddy Christiani, wekt de interesse van Phonogram. Hoes gaat daar als artiest en producer werken, maar brengt zijn successen onder in een eigen muziekuitgeverij: Benelux Music. Zeemanshart wordt door de Straatzangers (Willy Alberti en Max van Praag) op de plaat gezet en een hit.

Johnny Hoes De Straatzangers Eddy Christiani

Willy Alberti wordt in 1926 als Carel Verbrugge in de Amsterdamse Jordaan geboren. De Jordaan is een uitgesproken armoedige wijk met een reputatie van zuiplappen en vechtersbazen. Als tiener is Alberti vaak met zijn neef Jantje van Musscher, de latere Johnny Jordaan, te vinden op straathoeken waar zij levensliedjes vertolken. Na een rol in de musical Rose Marie maakt hij in 1941 zijn eerste plaatopname, Alleen Is Maar Alleen. Hierop wordt hij begeleid door organist Cor Steyn. Na de tweede wereldoorlog richt Alberti richt zich op het Italiaanse lied, dat op dat moment opgang doet. Het bezorgt hem de bijnaam 'Tenore Napolitano' en zijn eerste succesnummers. In de jaren vijftig begint hij zich ook bezig te houden met Nederlandstalige smartlappen, in het onder auspiciën van Johnny Hoes staande duo De Straatzangers. Solohits brengen hem steeds meer populariteit, met als hoogtepunt de nummer 1-hits Piove en Marina. Zijn versie van Marina belandt via een steward bij de KLM in de Verenigde Staten, waar het de Billboard lijst haalt. Alberti treedt daarop met succes op in New York, maar heimwee weerhoudt hem van een buitenlandse carrière. In de jaren zestig vinden we hem vaak terug in gezelschap van zijn dochter Willeke, waarmee hij tot aan zijn dood duetten blijft zingen. Ze presenteren tot aan 1966 ook een populaire tv-show. Gedurende de jaren zestig vertegenwoordigt hij ook ons land op diverse songfestivals. In 1973 krijgt hij een Gouden Harp van Stichting Conamus. Alberti overlijdt in 1985 aan de gevolgen van lever- en maagkanker. Zijn nummers over de Amsterdamse Jordaan zijn inmiddels evergreens.

Willy Alberti Johnny Jordaan Willeke Alberti

Johnny Jordaan wordt als Johannes Hendricus van Musscher in 1924 geboren te Amsterdam. Behalve dat zijn wieg in de Jordaan staat, zijn twee omstandigheden in zijn jeugd bepalend voor de rest van zijn persoonlijke en artistieke leven: armoede en een zwakke gezondheid. Die armoede zou een belangrijk thema blijven in zijn latere werk. Vanaf het einde van de jaren dertig zingt hij onder de naam Johnny Jordaan in cafés. In 1955 wint hij met De Parel Van De Jordaan een soort van talentenjacht, wat hem binnen een jaar doet uitgroeien tot een superster, op een wijze die niet eerder is vertoond in de Nederlandse lichte muziek. Voor de Jordanezen betekent zijn succes opwaardering van hun geminachte komaf. Veel medeartiesten erkennen de kwaliteit en de oorspronkelijkheid van Jordaans ongeschoolde, heftig vibrerende stem. Vaak is beweerd dat Nederland met Johnny Jordaan voor het eerst zijn eigen blues, musette, fado of flamenco kreeg. Het overweldigende succes duurde echter maar kort. De opkomst van de rock & roll, eind jaren vijftig, begin zestig, bezorgt het Jordaanrepertoire in één klap een oubollig imago. Bovendien begint Jordaan's zwakke gestel hem steeds meer parten te spelen. In 1972 neemt hij officieel afscheid van zijn publiek, al blijven er wel platen verschijnen. In 1981 krijgt hij een hersenbloeding. In 1989 komt hij te overlijden. Liedjes over de Jordaan zijn inmiddels als een apart subgenre binnen het levenslied te zien, met zijn eigen artiesten. Aan de in die Amsterdamse wijk gelegen Elandsgracht is inmiddels zelfs het Johnny Jordaanplein aangelegd, met enkele bronzen beelden van Jordaanse muziekcoryfeeën. Jordaan zelf uiteraard, maar bijvoorbeeld ook Manke Nelis en Tante Leen. Leen Jansen-Polder, alias Tante Leen is dé Amsterdamse zangeres van het levenslied. Zij werd tegelijkertijd met Johnny Jordaan ontdekt, op dezelfde talentenjacht. Zowel solo als begeleidt door Jordaan (voor wie ze het liedje Oh, Johnny brengt) weet ze vanaf de jaren vijftig uit te groeien tot een grote ster. Midden jaren zeventig trekt ze zich terug. In 1982 overlijdt zij.

Johnny Jordaan Tante Leen

In 1957 ontdekt Johnny Hoes Mary Servaes Bey. Bey, die in 1919 wordt geboren in Leiden, zet midden jaren vijftig haar eerste schreden op het muzikale pad als zangeres, samen met haar broer en later met het accordeonistenduo Bex-Menten, en treedt regelmatig op. Talentscout Hoes ontdekt haar via een democassette waarop ze achtergrondzang verricht en doopt haar De Zangeres Zonder Naam, omdat voor haar unieke, kinderlijke stem geen naam te verzinnen valt. De Zangeres Zonder Naam scoort tot aan 1980 de ene, doorgaans door Hoes geschreven melodramatisch getinte hit na de andere, wat haar de bijnaam Koningin van de Smartlap oplevert. Vanaf 1980 werkt ze zonder de schrijverskwaliteiten van Hoes, wat het uitblijven van grote hits oplevert. In 1986 scoort ze een grote hit met een live-uitvoering van een oude Hoeshit, Mexico. De Zangeres Zonder Naam boort er een nieuw publiek mee aan: theaters en zalen maken plaats voor rokerige en stampvolle discotheken. Tegelijkertijd staat ze met de rockband Normaal in de hitparade met een uitvoering van Rock Around The Clock. Het album Live In Paradiso wordt goud en de zangeres ontvangt hiervoor een Edison. In 1987 geeft de zangeres een emotioneel afscheidsconcert. In 1993 besluit ze nog eenmaal een plaat te maken (Koningin Van Het Levenslied). In 1996 houdt ze officieel haar laatste tv-interview. In 1998 overlijdt ze.

Zangeres Zonder Naam Johnny Hoes

Johnny Hoes start in 1958 een succesvol radioprogramma op Radio Luxemburg: Uitzending Zonder Naam. Zijn single Och, Was Ik Maar Bij Moeder Thuis Gebleven is in 1961 met 450.000 exemplaren de best verkochte Nederlandstalige single aller tijden. Hoes scoort nog enkele hits en is succesvol als producer van de Wilma-ri's (Barcelona), de Limbra Zusjes (Kom Terug) en Jackie van Dam (Hand In Hand, Kameraden). Hand In Hand, Kameraden wordt door Hoes samen met tekstschrijver Jaap Valkhof bewerkt tot het clublied van zijn favoriete club: Feyenoord. Hij zal ook clubliederen voor Ajax, PSV en Sparta gaan schrijven. In 1963 start Hoes zijn eigen platenmaatschappij: Telstar. Naast Telstar komen er met de jaren sublabels als Ojee (voor het pikante repertoire), Starlet (voor loonpersingen) en Killroy (later Sky) voor Engelstalig repertoire. Hij presenteert in de jaren zeventig ook een tv-programma voor het levenslied. De jaren negentig staan vooral in het teken van jubilea. Zijn 75ste verjaardag (1992) en de viering dat hij zestig jaar in het entertainmentvak zit (1998). In 2003 wordt het 65-jarige jubileum van 'De Koning van de Smartlap' gevierd met een 6-delige cd-box, waarop een totaaloverzicht staat van zijn loopbaan. De 86 jaar oude Hoes is eind augustus eregast op het Lowlands festival. Hij wordt er terzijde gestaan door onder andere Bonnie St. Claire, Annie de Reuver, Jacques Herb, Koos Alberts, Ria Valk en Arie Ribbens. De registratie van dit Grote Concert Des Levens komt uit op dvd.

Bonnie St. Claire Jacques Herb Johnny Hoes Koos Alberts Ria Valk Arie Ribbens

Naast Johnny Hoes is er nog een andere levensliedtycoon, en wel Pierre Kartner. De in 1935 geboren Kartner was als muzikant - en vooral ook tekst- en muziekschrijver - al op jonge leeftijd actief, zij het weinig succesvol. De ironie wil dat een hoge bass bij een platenmaatschappij hem eind jaren zestig, na enkele geflopte singles meedeelde: 'nou jongetje, we zijn er wel achter. Jij kunt het niet, jij bent geen Johnny Hoes'. Het eerste echte succes komt in 1969, met het nummer Vaarwel Ik Zal Geen Traan Meer Om Je Laten, dat Kartner schrijft voor Corry en de Rekels. Met Huilen Is Voor Jou Te Laat barst landelijk de hysterie goed los. Maar liefst 41 weken staat de single genoteerd in de Top 40. Meer dan 1 miljoen exemplaren worden er van verkocht. Vanaf dat moment gaat 't snel met Kartner, die niet alleen voor steeds meer sterren schrijft, maar in 1971 ook zelf het podium beklimt als Vader Abraham. Daarmee schrijft Kartner geschiedenis. Door in 1974 met de populaire politicus Boer Koekkoek een carnavalsplaat op te nemen, waarin Vader Abraham de tijdens het kabinet Den Uyl ontstane olieboycot aanklaagt: Den Uyl Is In Den Olie. En met het Smurfenlied (1977), dat hij schreef ter promotie van de tekenfilmserie over de blauwe mannetjes, en dat wereldwijd een algemene smurfenhysterie doet losbarsten. Anno 2004 mag Kartner zich de meest succesvolle artiest uit de geschiedenis van de Nederlandse Top 40 noemen, waarmee hij niet alleen alle Nederlandse grootheden achter zich laat, maar ook het merendeel der buitenlandse supersterren.

Vader Abraham Corry en de Rekels

De in 1951 in Amsterdam geboren André Hazes heeft bij de hernieuwde popularisering van het levenslied een grote rol gespeeld. Als hij in 1976 in een café komt te werken, staat hij al snel bekend als de zingende barkeeper. Zingen deed Hazes als kind al op straat. Het nummer Eenzame Kerst, dat met hulp van Willy Alberti op single verschijnt, verkoopt binnen drie weken 70.000 exemplaren en maakt hem in een klap bekend. Onsterfelijk maakt hij zich met de single 'n Beetje Verliefd. Het album Gewoon André is goed voor 500.000 verkochte exemplaren. Voor deze prestaties ontvangt Hazes de Zilveren Harp van Stichting Conamus. Hazes groeit uit tot het gezicht van het Nederlandse levenslied. Wat bij het succes ook zeker een rol speelt is de persoonlijkheid Hazes. Iemand die zegt wat hij denkt en chronisch alcohol gebruikt. Een publiek figuur kortom, waarover altijd wel iets spannends te melden is. In 1989 laat hij zich op het album Dit Is Wat Ik Wil van een andere kant zien, met deels naar het Nederlands vertaalde blues- en rock & roll-klassiekers. Op deze plaat wordt hij onder meer bijgestaan door rockers Herman Brood, Jan Akkerman en Kaz Lux. De blues was altijd al Hazes grote liefde. Ook de Portugese fado laat hem niet koud. Beide muzieksoorten verhalen over droeve gevoelens en bieden troost. In essentie niets anders dan wat Hazes en het levenslied überhaupt ook trachten te doen. De serieuze pers en ook de serieuze muziekliefhebber moet echter niets van de volkszanger met zijn vermeend platte vermaak hebben. Dat verandert in 1999, als de documentaire André Hazes, Zij Gelooft In Mij in première gaat op het International Documentary Filmfestival. Hierin zien we hoe Hazes aan zijn muziek werkt, maar vooral hoe hij omgaat met zijn huwelijksproblemen en een mislukt stadionconcert in Benidorm. De publieke figuur Hazes wordt er een mens van vlees en bloed van, wat hem ook de gunst van het intellectuele publiek oplevert. In 2000 ontvangt hij een Edison voor zijn oeuvre, die hij weigert als blijkt dat hij tweede keus is Voor zijn vijftigste verjaardag in 2001 wordt zijn hele oeuvre heruitgebracht en ontvangt hij op het feestje in de Amsterdamse Paradiso uit handen van burgemeester Job Cohen het Ereteken van Verdienste van de Stad Amsterdam. Ook de jaren daarna blijft het prijzen regenen. Op 23 september overlijdt Hazes echter onverwachts aan een hartstilstand. Vijftigduizend fans nemen op 27 september in de Amsterdam ArenA afscheid van de volkszanger tijdens een groots opgezette herdenking.

André Hazes

Begin jaren tachtig beleefd het Nederlandstalige lied een opleving. Bands als Doe Maar en de Frank Boeijen Groep brengen frisse pop in de moerstaal, die door het jeugdige hitparadepubliek goed wordt opgepikt. Het Nederlied duikt hierbij ook weer boven de oppervlakte, zij het sporadisch. Het rond Harry Slinger bestaande Drukwerk scoort in 1982 een grote hit met het in plat Amsterdams gezongen Je Loog Tegen Mij. Het door Chiel Montagne gepresenteerde tv-programma Op Losse Groeven (later Op Volle Toeren) richt zich op de schlager en het levenslied en wordt goed bekeken.

Drukwerk

Tegenhanger van Hazes is in de jaren tachtig de Amsterdamse zanger Koos Alberts, die pas op 37-jarige leeftijd doorbreekt met het inmiddels tot klassieker uitgegroeide lied Ik Verscheurde Je Foto (1984). De carrière van Koos, die tot dan in het feesten- en partijencircuit zat, raakt dan in een stroomversnelling. De singles Gisteren Heeft Zij Mij Verlaten en Waarom Ben Ik Met Kerstmis Zo Alleen? schieten de hitlijsten in en met deze drie gelijktijdige hitnoteringen breekt Alberts alle records en belandt hij in het Guiness Book of Records. Alberts weet zijn plaatsucces te prolongeren en treedt ook bijzonder veel op. Na afloop van een concert in 1987 sukkelt hij van vermoeidheid in slaap, terwijl hij in zijn auto zit. Hij vliegt uit de bocht en raakt levensgevaarlijk gewond. Zijn ongeluk is een schok voor een groot deel van de Nederlandse samenleving. Na een lange periode van revalidatie keert Koos Alberts in 1989 terug in de Nederlandse showbiz, zij het in een rolstoel en met een veranderd stemgeluid. Het scherpe randje is er van af, want hij beschikt nog slechts over één stemband. De andere is verlamd. Koos gaat er echter als vanouds tegenaan. Weliswaar met steeds minder hitsucces, maar zijn platen blijven succesvol.

Koos Alberts

Frans Bauer is in de jaren tachtig als tiener actief met het opnemen, laten persen en van deur tot deur aan de man brengen van zijn eigen 7-inch singletjes. Vanaf 1992 is het tijd voor volledige, officieel uitgebrachte albums, als Op Weg Naar Het Geluk (1992) en Wat Ik Je Zeggen Wil (1997). Per van deze albums getrokken single wordt Bauer populairder, wat hem in 1998 in staat stelt drie concerten in de Rotterdamse Ahoy' te geven. De televisieregistratie wordt twee keer door de Tros uitgezonden, bekeken door meer dan twee miljoen mensen en krijgt een hoog waarderingscijfer. Het dubbelalbum Live in Ahoy' wordt platina. Bauer zal in de concerthal blijven terugkeren. Ondertussen brengt Bauer echter ook Duitstalige albums uit, zoals Weil Ich Dich Liebe (1997) en Was Mein Herz Nicht Sagen Kann (1998) en Ganz Tief Ins Herz (2000), die zowel in Duitsland als in Nederland succesvol zijn. Naast duetten met Marianne Weber is hij ook actief met Corry Konings (album: Frans Bauer & Corry Konings). Succes, prijzen en platina vallen hem continu ten deel. Al dit gejubel ten spijt, blijft de politiek correcte muziekgemeente in Nederland (serieuze pers en omroepen) de neus ophalen voor Bauer en zijn 'schlagers'. Dat lijkt echter te veranderen als in 2003 een reality soap op de Nederlandse televisie komt rondom de zanger en zijn gezin. In de achtdelige serie zijn onder meer beelden van zijn vakantie en optredens in Duitsland te zien. Ook komt het tienjarig jubileum van de zanger aan bod, dat wordt gevierd met tien uitverkochte concerten in Ahoy'. De voormalig woonwagenbewoner Bauer maakt een sympathieke indruk en blijkt muziek te maken met het hart op de juiste plaats. Het lijkt er zowaar toe te leiden dat waardering voor hem en zijn werk een algemeen geaccepteerd iets wordt.

Frans Bauer Marianne Weber Corry Konings

In 1999 zet uitgever en 45-toerensinglefanaat Vic van de Reijt zijn honderd favoriete Nederlandstalige en ook oorspronkelijk Nederlandse singles op rij, in een serie artikelen in dagblad Het Parool. Hij krijgt veel bijval en de serie verschijnt in boekvorm - inclusief de teksten van de songs - met een verzamel-cd. Het is echter de 6 cdbox met de gehele Top-100 die niet alleen een hoge verkoop haalt, maar ook aanleiding blijkt voor goedbezochte 45-toerenavondjes in Paradiso en een plek op Lowlands, waar punkers, hardrockers en hockeymeisjes arm in arm de eens als fout bestempelde liederen uit volle borst meezingen. Het Nederlied op Lowlands zal sindsdien een terugkerend fenomeen worden. En sinds het hippe volk naar smartlappen luistert, lijkt iedereen tegenwoordig zonder schaamte voor z'n eventuele waardering van het Jordaan-repertoire of André Hazes uit te kunnen komen.

 

b
 
Muziekencyclopedie.nl op Facebook Muziekencyclopedie.nl op Twitter

reageer